zondag 20 november 2016

Koning van de kansen

Overweging op het feest van Christus, Koning van het heelal (jaar C)

Lezingen: 2 Samuël 5,1-3; Lucas 23,35-43

In Nederland is de koning het staatshoofd. Dat is niet altijd zo geweest. Pas vanaf 1848 kennen we de constitutionele monarchie. Het zal duidelijk zijn dat de vormgeving van het koningschap zo’n 170 jaar geleden totaal anders was dan nu.  In verschillende tijden wordt anders gedacht over de manier waarop het koningschap moet worden ingevuld.

Nu we vandaag het feest van Christus, Koning van het Heelal vieren, kunnen we uit het evangelie opmaken, dat er op verschillende manieren wordt aangekeken tegen het koningschap van Jezus. Allereerst zijn er de overheidspersonen en de soldaten, die Jezus bespotten om zijn koningschap. Ze kunnen zich niet voorstellen, dat iemand in zulke schandelijke omstandigheden een koning kan zijn. Stel je voor: een koning, machteloos en bijna naakt, vastgenageld aan een kruis! Ook een van de misdadigers hoopt nog redding te vinden bij deze zogenaamde koning: 'Als u de messias bent, red dan uzelf en ons erbij.' Eigenlijk moet je constateren: hij vraagt niet om hulp, hij eist.

Bij mensen zonder kansen

Dit is niet het koningschap, dat Jezus wil. Hij wil geen koning zijn van macht en overheersing, geen koning met soldaten en oorlogstuig, geen koning met een hofhouding en allerlei sluwe intriges. Wie hem heeft gevolgd in de jaren die voorafgaan aan de gruwelijke kruisiging, kan weten dat hij dit alles niet geambieerd heeft. Hij was eerder te vinden bij de mensen zonder kansen, bij zieke mensen en mensen met een gestoorde geest. Hij zocht het gezelschap van mensen die gebukt gingen onder hun schuldgevoel, of mensen die door anderen werden vast gepind op hun fouten en tekortkomingen. Hij wilde geen koning zijn van kracht en overheersing, maar een koning van kansen en nieuwe mogelijkheden.

Dat zag ook de andere misdadiger, die met Jezus werd gekruisigd. In het besef van zijn eigen tekortkomingen en fouten vraagt hij Jezus aan hem te denken, wanneer hij in zijn koninkrijk komt. Juist dat besef van zijn eigen onvolkomenheid speelt een belangrijke rol. Pas wanneer dat besef aanwezig is, kan Jezus zijn heilzame werk verrichten. We zien dat ook terug in de vele verhalen, waarin Jezus mensen geneest van allerlei ziekten en kwalen. Hij kan pas mensen genezen, wanneer ze eerst hun vertrouwen en geloof uitspreken in Jezus, wanneer ze dus erkennen er zelf niet meer uit te komen, wanneer ze laten weten aan het einde van hun mogelijkheden te zijn. Ze geven zich over aan, ze vertrouwen op, wat Jezus nog voor hen kan doen.

De koninklijke weg

Zo wil Jezus koning zijn: een koning van kansen, een mens die de koninklijke weg bewandelt om andere mensen tot hun recht te laten komen. Daarmee stelt hij zichzelf in de lijn van die andere grote koning uit de geschiedenis van Israël: koning David. Hij bracht het land in de roerige tijden van toen vrede, stabiliteit en welvaart. Hij wordt gezien als de koning die de twaalf stammen tot eenheid heeft gebracht, en die de gerechtigheid hoog in zijn politieke vaandel had staan. Want niet alleen de mensen, die het economisch goed ging, moesten hun eigen leven kunnen leiden, ook de armen, de weduwen en de wezen, de mensen die afhankelijk waren van de goedgeefsheid van anderen.

Die koninklijke weg van kansen bieden, van mensen tot hun recht brengen, die weg houdt Jezus ook ons voor. Natuurlijk weten we allemaal heel goed, dat er sinds het voorbeeld dat Jezus ons gaf en het appel dat hij op ieder mens doet, nog niet zo heel veel veranderd is in de wereld. Maar dat mag ons niet ontmoedigen. Het uiteindelijke doel van een wereld van vrede en liefde, van gerechtigheid en barmhartigheid, mogen we niet uit het oog verliezen. Het is niet voor niets, dat we het feest van Christus Koning vieren op de laatste zondag, om zo te zeggen de finale zondag van het kerkelijke jaar. Want daarmee wordt aangegeven, dat die koninklijke weg van Jezus het finale doel is, dat we steeds voor ogen moeten blijven houden. Zelfs als je weet, dat je het in je eigen leven niet zult bereiken, dan nog is het goed om dit doel voor ogen te houden, om te koersen op die wereld van vrede en gerechtigheid, van liefde en barmhartigheid. Want wij leven uiteindelijk niet voor onszelf, maar om te kunnen werken aan een toekomst voor deze wereld.

Koning van de kansen

Dat lijkt misschien een groots en verheven doel, maar je kunt het bereiken met vaak kleine en eenvoudige daden. Daden die tegenwicht bieden: tegenwicht aan alles wat de wereld verziekt en het leven afbreekt. Door het verdriet van een ander niet weg te praten, maar serieus te nemen. Door te willen zoeken naar mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden voorop te stellen. Door te streven naar menselijkheid en genegenheid in plaats van enkel koel en zakelijk te zijn. Door vergeving te bieden in plaats van te blijven hangen in wrok en achterdocht. Door kansen te zoeken naar het voorbeeld van Jezus zelf, van hem die je de koning van de kansen zou kunnen noemen.