zondag 17 juli 2016

De àndere mogelijkheid

Overweging op de 16e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Genesis 18,1-10a; Lucas 10,38-42

Als je weet, dat er logés gaan komen, dan moet je de nodige voorbereidingen treffen. Voor de tijd van hun verblijf wil je zorgen, dat ze zich op hun gemak voelen, dat ze zich welkom weten. Het komt erop neer, dat je ruimte voor hen maakt. Ruimte, niet alleen in fysieke zin, want misschien moet een van je kinderen wel tijdelijk op een andere kamer slapen. Maar ruimte ook in de geestelijke betekenis, want je maakt tijd voor hen en je stelt je open voor hun verhalen en ervaringen. Ruimte maken dus voor de ander, de bezoeker: voor wie hij is en voor wat hij jou te zeggen heeft.

Jezus in het huis van Marta en Maria - Pieter Aartsen, ca. 1555
(gezien in museum Catharijnenconvent te Utrecht 7 feb 2015)

Inleveren of opleveren?

Ruimte maken voor de ander kan betekenen, dat je een deel van je eigen ruimte inlevert. Soms voelt dat inleveren aan als een beperking. Maar het kan er ook toe leiden, dat je nieuwe mogelijkheden gaat zien, misschien wel onvermoede kansen. Het hangt af van je eigen instelling. In het evangelie van vandaag zien we, hoe Maria en Marta totaal verschillend omgaan met hun bezoeker.


Het is duidelijk, dat Marta er alles aan doet om het Jezus naar de zin te maken. Ze stelt de bezoeker helemaal centraal in haar huis, maar cijfert zichzelf compleet weg. Wat het bezoek van Jezus voor haarzelf betekent, is in haar ogen totaal onbelangrijk. Deze houding lijkt te beantwoorden aan een belangrijke bijbelse deugd van dienstbaarheid, van jezelf beschikbaar stellen. Maar toch ontbreekt Marta iets. Ze komt niet toe aan zichzelf. In al haar geredder en drukte loopt ze aan zichzelf voorbij. En daarmee wordt de essentie van het bezoek genegeerd. Want het bezoek van een gast moet in de kern iets goeds opleveren voor beiden: zowel de gast en als de gastvrouw of gastheer. Omdat Marta teveel 'moet', komt er geen echte ontmoeting tot stand.

Sympathie naast onbegrip

Toch heeft Jezus veel genegenheid voor haar. Het herhalen van haar naam klinkt ongeveer zoals een moeder zegt: 'Kindje, kindje toch', wanneer het kind een onhandige actie heeft uitgevoerd. Er klinkt liefde en sympathie in door, maar ook een zeker onbegrip. En dat heeft alles te maken met de andere mogelijkheid, die er ook nog is, maar die niet wordt gezien door het kind, en in dit geval door Marta. Die andere mogelijkheid opent namelijk een nieuw perspectief, een frisse kijk op de zaak.

Maria heeft die andere mogelijkheid wel gezien. Ze lijkt zo ongeveer aan Jezus' lippen te hangen. Ze neemt de tijd om te luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft. Ze maakt ruimte voor zijn verhaal. En dan komt er ook werkelijke een ontmoeting tot stand. Dan gebeurt er iets. In het ruimte maken voor de gast komt niet alleen de gast tot zijn recht, maar ook de gastvrouw (Maria, dus). In de wederzijdse ontmoeting en in de openheid naar elkaar ontstaan mogelijkheden, die tot dan niet in zicht waren. Maar dat kan alleen, als er een innerlijke ruimte is bij de gastvrouw/gastheer, waardoor een werkelijke ont-moet-ing kan ontstaan. Een gebeurtenis, waarbij niets moet, maar misschien wel veel meer kan dan je durfde dromen.

Dromen en hopen

In die categorie moet we ook het verhaal van Abraham en zijn gasten plaatsen. Want dromen, dat deden Abraham en Sara wel. Al waren ze beiden op leeftijd, ze waren de toezegging van God niet vergeten. Hij had immers beloofd, dat Abraham een talrijk nageslacht zou krijgen. En wie de jeugd heeft, wie kinderen heeft, die heeft de toekomst. Alleen was het tot nu toe bij de belofte gebleven. Hij was nog niet in vervulling gegaan. Kan je begrijpen, dat Abraham en Sara bleven dromen en hopen?

In zijn gastvrijheid maakt Abraham ruimte voor zijn bezoekers. Er ontstaat een ruimte, niet alleen in fysieke zin, maar ook geestelijk. Of als je wilt: spiritueel. Want de ruimte die Abraham creëert wordt beloond met opnieuw een toezegging, alleen wordt er nu een termijn aan verbonden: over een jaar. Dat maakt de eerder gedane belofte een stuk concreter. De ruimte die Abraham maakt voor zijn gasten – zonder enige bijbedoeling, enkele omwille van zijn gastvrijheid zelf – geeft ook ruimte voor de andere mogelijkheid, de goddelijke mogelijkheid. Want wat in de ogen van Abraham en Sara misschien wel gehoopt, maar eigenlijk niet meer verwacht wordt (een kind, dus een toekomst), dat wordt vanuit goddelijk gezichtspunt niet alleen maar open gehouden. Het wordt ook werkelijkheid.

De andere mogelijkheid

De andere mogelijkheid. Die wij, mensen, vaak niet zien. Of niet willen zien. Maar die er zeker wel is. Als je het kunt opbrengen om je niet te laten opslokken door je dagelijkse sores. Natuurlijk, die sores zijn er ook. En die mogen er ook zijn. Maar je kunt wel proberen om openheid en ruimte te laten voor wat daarnaast kan gebeuren. Misschien is dat wel precies de essentie van geloven. Het komt erop neer, dat je durft vertrouwen op wat onverwacht kan gebeuren. Niet alleen maar vertrouwen op wat je zelf tot stand brengt of presteert. Natuurlijk is ook dat niet verkeerd: vertrouwen in je eigen capaciteiten en vaardigheden. Maar vertrouw ook op wat onverwacht kan gebeuren, op wat op je levensweg kan komen, op wat God misschien met je voorheeft.

Het zou wel eens kunnen zijn, dat de vakantietijd, de zomerperiode, ons de gelegenheid geeft om hiervoor meer ruimte te maken. Dat wij gevoelig worden voor de andere mogelijkheid.