zondag 15 mei 2016

Hunkeren

Beschouwing

In 2015 publiceerde de katholieke theoloog Erik Borgman zijn hoopgevende en tegelijk uitdagende boek Waar blijft de kerk? Het uitdagende karakter van het boek wordt duidelijk uit de ondertitel: Gedachten over opbouw in tijden van afbraak. Borgman illustreert deze uitdaging met een - in mijn ogen - mooi beeld over de verhouding van liturgie en diaconie in de kerk: 'Misschien kan de dubbele bloedsomloop in het menselijk lichaam dienen als een verhelderend beeld. De kleine bloedsomloop stuurt het bloed vanuit het hart door de longen en terug naar het hart. Zo komt er zuurstof in het bloed. De grote bloedsomloop stuurt het bloed vanuit het hart door het lichaam, zodat de verschillende organen van zuurstof worden voorzien en kunnen functioneren. Als het bloed de zuurstof aan de delen van het lichaam heeft afgegeven, komt het terug in het hart. Dit pompt het opnieuw langs de longen, zodat het opnieuw zuurstof kan opnemen. In het lichaam van de kerk is de liturgie de kleine bloedsomloop, en het handelen van de gelovigen in de wereld de grote.' (p. 83)

Niet bang

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat veel energie in het kerkelijke leven, zowel bij een aanzienlijk deel van de beroepskrachten als bij vele vrijwilligers en parochianen, gaat zitten in het in stand houden van de kleine bloedsomloop. Het voorbereiden en vieren van de liturgie vraagt in verhouding (te) veel van onze tijd. Als deze waarneming juist is, dan zou de beeldspraak van Borgman erop neerkomen, dat de verschillende organen van het menselijke lichaam, casu quo het (gelovige en diaconale) handelen van de gelovigen in de wereld, door zuurstoftekort verschrompelen en afsterven. Enigszins kort door de bocht gezegd: veel 'bidden' en weinig 'werken' zullen niet helpen om de kerk in onze wereld de juiste plaats te geven.



Toch ben ik in alle eerlijkheid niet zo bang dat het dienend handelen van mensen aan het afsterven is. De zorg voor rechtvaardige verhoudingen, de aandacht voor mensen in de kreukels, het aanhoudende streven naar waarachtige vrede, het hartelijke bezoekwerk dat in stilte plaats vindt, het vriendelijke woord en de uitgestoken hand die mensen met elkaar verbinden, het werken aan een verantwoord omgaan met ons leefmilieu; de dagelijkse zorg van ouders voor hun kinderen en van kinderen voor hun ouders; de soms indrukwekkende toewijding waarmee mensen hun beroep uitoefenen: het gebeurt allemaal méér – en vaak achter de schermen – dan je op het eerst oog zou vermoeden. Al is er natuurlijk genoeg nieuws over onrecht en aanslagen, over armoede in heel de wereld en ook in eigen land. En toch kunnen mensen het vaak gewoonweg niet laten om zich in te zetten voor een verbetering van de levensomstandigheden van anderen en van de wereld waarin zij zichzelf aantreffen. Dit hunkeren naar het goede leven zou – wat mij betreft – meer gezien en onderkend mogen worden als een uiting van geloof.

Vurig verlangen

Het is daarom in mijn optiek een grote uitdaging om vandaag de dag in het onderkennen van dit vurige verlangen, van deze diepmenselijke hunkering, de verbinding te zoeken tussen de kleine en de grote bloedsomloop. Juist mensen die wij als 'de kerkelijke kringen' aanduiden zouden deze uitdaging moeten aangaan, denk ik. Waar wij leren zien, dat ook buiten het zichtbare kerkelijke handelen 'aan geloof wordt gedaan'; waar wij leren zien dat de goddelijke heilsboodschap niet is voorbehouden aan christenen of andere gelovigen; waar wij openstaan voor het broederlijk en zusterlijk delen met alle mensen van onze verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van onze aarde en voor de vrede in de wereld; waar wij met elkaar leren zien dat wij niet alleen actief ons kunnen inzetten voor gerechtigheid en barmhartigheid, maar ook dat wij deze (misschien wel primair) van en met elkaar ontvangen; kortom, waar de hunkering naar een mooie, harmonieuze en heilzame wereld wordt levend gehouden – overal daar zouden zomaar nieuwe bronnen van geloof gevonden kunnen worden. En daar ontstaat ook een waardevolle verbinding tussen gebed en daadkracht, tussen liturgie en diaconie.

Mag het ons (als gelovige mensen van 2016) gegeven zijn om die verbinding tussen kleine en grote bloedsomloop, tussen geloof en leven, tussen ora et labora als een vurige hunkering in ons hart te blijven voelen.