zondag 1 mei 2016

De vrede leren

Overweging op de 6e zondag van Pasen (jaar C)

Lezingen: Handelingen 15,1-2.22-29; Johannes 14,23-29

Alle voorbereidingen voor de vakantie zijn getroffen. Het huis laat je netjes achter. Ramen en deuren goed op slot. De hond is naar het logeeradres. En de buurvrouw is gevraagd om de planten water te geven. Maar voor de zekerheid leg je toch nog een briefje naast de gieter, dat de zeemdoek in de emmer onder het aanrecht te vinden is. O ja, en je mobiele nummer zodat je bereikbaar bent voor het geval dat. Zo bereid je het huis – en ook je buurvrouw – voor op je afwezigheid van twee weken.

In het hart

Wat we in het evangelie hebben gehoord, dat is het voorbereiden van de leerlingen op de afwezigheid van Jezus. En die zal wat langer duren dan twee weken. Deze voorbereiding wordt niet geschreven op een briefje naast de gieter, maar in het hart van mensen. In die voorbereiding laat Jezus een drietal manieren zien, waarop zijn vrienden zijn blijvende aanwezigheid kunnen ervaren. Om te beginnen is Jezus onder hen aanwezig in de herinnering aan en in het waarmaken van zijn woord. Het woord van Jezus is in de kern terug te brengen tot het liefhebben van elkaar, zoals Jezus zelf heeft liefgehad. Waar mensen die liefde ten opzichte van elkaar proberen waar te maken, daar zijn de Vader en de Zoon aanwezig in het hart van mensen. Vervolgens kun je de aanwezigheid van Jezus ervaren in het speuren naar de Geest. Want de Geest zal het werk van Jezus in zijn leerlingen voortzetten. Wie probeert te leven volgens zijn Geest, dat wil zeggen volgens de mentaliteit en de bezieling van Jezus, die mag vertrouwen op Gods genade bij het uitvoeren van zijn projecten. De Geest zal hem helpen te verstaan wat Jezus heeft geleerd en voorgehouden.


De derde, en misschien wel de belangrijkste vorm van Jezus’ aanwezigheid is de erfenis van zijn vrede. Hij laat vrede na, waarachtige vrede, sjaloom. Het is geen wereldse vrede, maar een innerlijke vrede, die de diepste kern van onze persoon raakt. Als die kern in onze ziel in overeenstemming is met wat God voor ogen staat, dan hebben wij vrede met onszelf. En dan gaat het niet over een zelfgenoegzame vrede, maar over een vrede, die ons aanzet tot zorg voor het heil van de mensen om ons heen. Vrede dus niet als afwezigheid van conflict en geweld, maar als actieve opdracht om te komen tot harmonieuze verhoudingen – met onze naaste en daardoor ook met God.

Harmonie

Vrede als opdracht tot leven in harmonie met elkaar. Zo is Jezus onder ons aanwezig, ook vandaag. Vrede als opdracht om simpelweg dit waar te maken: leven en laten leven, geïnspireerd door de Geest van Jezus zelf. Zo wordt het gebod van de liefde onderhouden. Een treffend voorbeeld daarvan hebben we beluisterd in de eerste lezing. Er dreigt onenigheid in de eerste kerkgemeenschap. Het gaat om de vraag: moet je, wanneer je vanuit het heidendom christen wilt worden, je eerst tot het jodendom bekeren? De christen geworden Joden vonden van wel. Het gaat immers om het overeind houden van de Tora, de joodse religieuze wetgeving. Daartegenover kan gesteld worden, dat christenen in een heidense omgeving nauwelijks in staat zijn om die Joodse wetgeving in haar geheel te onderhouden. Met dit conflict staat de eenheid van de kerkgemeenschap op het spel.

Met in het achterhoofd de vrede, verstaan als opdracht tot leven in harmonie met elkaar, wordt er een vergadering belegd. De zaak wordt langs alle kanten bekeken. En men komt tot een voor alle partijen bevredigend besluit. Het is niet nodig om christenen uit het heidendom de ondoenlijke last van de besnijdenis op te leggen. Maar zij moeten zich onthouden van vlees dat eerder aan de heidense goden is geofferd en later weer in de verkoop is gedaan; en zij moeten zich onthouden van huwelijken in een verwantschapsgraad, die voor de joden niet is toegestaan. Met deze oplossing slaat de kerk een nieuwe richting in. Voortaan zullen overal nieuwe christelijke gemeenschappen groeien, waar joden en niet-joden broederlijk en harmonieus met elkaar samenleven. Het streven naar vrede en eenheid heeft gezegevierd. De liefde heeft overwonnen, omdat mensen elkaar weten te vinden en te respecteren in de geest van Jezus.

De vrede leren

En wat hebben wij nou aan die wetenschap van een overwonnen conflict aan het begin van onze jaartelling? Om die vraag te beantwoorden, verwijs ik graag naar een uitspraak van Henri Nouwen, bekend spiritueel leider en priester. Hij zei: 'Als we het kwaad dat achter ons ligt vergeten, dan roepen we het kwaad dat voor ons ligt over ons af.' Kortom, je moet leren van de fouten uit het verleden. En je kunt ook leren van de goede lessen uit het verleden. De conclusie moet dan zijn: de manier waarop het conflict in Jeruzalem werd overwonnen, kan ook voor ons een manier zijn om de vrede onder elkaar te bewaren. Waar mensen moeite doen om elkaar te verstaan, ook al is er verschil van opvatting; waar mensen zich moeite getroosten om elkaar te respecteren, ook al is er verschil van cultuur en taal; waar mensen zich inzetten om elkaar in hun waarde te laten, ook al is er verschil in leeftijd of in bekwaamheid – daar wordt het woord van Jezus werkelijkheid, daar is zijn Geest in mensen werkzaam, daar wordt de vrede een tastbare en kostbare werkelijkheid.