zondag 8 mei 2016

De hemel open

Overweging op de 7e zondag van Pasen (jaar C)

Lezingen: Handelingen 7, 55-60; Johannes 17, 20-26

Je hoort wel eens verhalen van mensen, die onder ogen moeten zien dat hun einde nabij is. Als ze nog helder van geest zijn, dan kunnen ze hun wensen kenbaar maken over de wijze waarop de uitvaart geregeld moet worden. Voor wie achterblijft kan dat een goede houvast zijn bij het treffen van de nodige regelingen. En zelfs niet alleen een houvast, maar ook een zekere troost omdat je dan weet, dat je – bij alle verdriet om het afscheid – de wensen van de dierbare kunt respecteren. 'Dit is het laatste wat we voor hem/haar kunnen doen,' zeggen de nabestaanden vaak.

Verbonden

Het gebed van Jezus, dat we hoorden in het evangelie, spreekt hij uit op de laatste avond waarop hij met zijn vrienden bijeen is. Het gebed ademt duidelijk de sfeer van een vurige laatste wens, die Jezus hier uitspreekt. De bede om eenheid mogen we verstaan als het verlangen en de hoop van Jezus, dat de leerlingen met hem verbonden zullen blijven. Eenheid en verbondenheid zijn hier eigenlijk synoniem. Ook de keren dat Jezus spreekt over 'in u, in mij, in hen, in ons' zijn uitingen van de hoop op blijvende verbondenheid.


Verbonden zijn, dus. In de gewone, dagelijkse contacten tussen mensen kun je verbondenheid waarnemen als zij zorg hebben voor elkaar, als zij vriendschap en genegenheid uitdrukken, als zij opkomen voor andere mensen die onrecht worden aangedaan. Verbondenheid dus als een uitdrukking van het besef, dat mensen een gezamenlijk belang hebben en dat dit gezamenlijke belang zwaarder weegt dan het individuele belang van mensen.

Blijvend

Maar die gevoelens van diepe verbondenheid tussen mensen houden niet op bij het levenseinde. Ook al is je liefste gestorven, toch blijft zij of hij je liefste. De herinnering aan de dierbare houd je graag levend, en ook de bijzondere laatste wensen van wie je lief is. Daarmee bewijs je de overledene niet alleen de laatste eer, maar probeer je ook voort te zetten wat haar of hem dierbaar en heilig was.

De verbondenheid waar Jezus om bidt, kan dus worden gezien als de laatste, meest dierbare en heilige wens die hij uitspreekt. Die verbondenheid dient dus ook door ons – die zich zijn leerlingen noemen, zijn volgers – als een heilig moeten worden opgevat. Een opdracht dus, die telkens opnieuw moet worden waargemaakt. Het is goed om te beseffen, dat het hier om een opdracht gaat, want we weten maar al te goed, dat het zeker niet altijd lukt om die verbondenheid waar te maken. We weten, dat wij elkaar soms teleurstellen of tekort doen, dat wij elkaar nu en dan zonder respect behandelen of dat we uit achteloosheid of willekeur geen recht doen aan anderen.

Gave en opgave

Verbondenheid is daarom steeds een opgave, maar tegelijk ook een gave, een geschenk dat we van elkaar mogen ontvangen. Want waar mensen de handen ineen slaan, waar mensen schouder aan schouder werken aan vrede en gerechtigheid, waar mensen eensgezind laten zien dat barmhartigheid en genegenheid de wereld mooier kleuren, waar mensen in saamhorigheid de gevallenen uit de oorlog herdenken en met elkaar de vrijheid vieren – overal daar wordt verbondenheid een mooie ervaring die wij elkaar cadeau kunnen doen. Overal daar wordt iets zichtbaar van de eenheid, waar Jezus om bidt.

Tegelijk beseffen we heel goed, dat die onderlinge verbondenheid tussen mensen niet gerealiseerd wordt zonder inspanningen. Het streven naar en waarmaken van onderlinge solidariteit komt ons niet vanzelf aanwaaien. Het vraagt van ons, dat we trouw blijven aan dat mooie vergezicht van saamhorigheid en harmonie. Trouw zijn, standvastig blijven, je niet laten afbrengen van je oorspronkelijke keuze: dat is niet altijd vanzelfsprekend. Het vereist soms een zekere moed, het vraagt ook om steun en kracht die boven onszelf uitstijgt. Die kracht kunnen we vinden in het gebed, zoals we ook Stefanus hoorden bidden in zijn doodsnood. 'Heer Jezus, ontvang mijn geest.' Met de dood voor ogen vertrouwt hij zichzelf en heel zijn leven toe aan de Heer.

De hemel open

Dat klinkt heel nobel, maar makkelijk zal het zeker niet zijn geweest. Ook Stefanus zal doodsangst hebben uitgestaan toen hij oog in oog stond met zijn beulen. Maar uit het verhaal leren we, dat Stefanus niet alleen zijn beulen zag. 'Ik zie de hemelen open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God,' zegt hij. Het is een toekomstvisioen dat hem helpt om de angst en de pijn van dat moment te doorstaan. Wat komt geeft hem meer kracht dan wat is. De hemel open: dat zul je niet zien met de ogen van de barre realiteit, maar enkel met de ogen van geloof en vertrouwen.

De hemel open: zouden wij dat ook kunnen zien? Kunnen wij – in onze dagelijkse realiteit – aan elkaar laten zien hoe de hemel opengaat? Je ziet het gebeuren als mensen hun geschonden vertrouwen in elkaar weten te herstellen. Je ziet het gebeuren als iemand op school het durft op te nemen voor wie gepest wordt. Je ziet het gebeuren als mensen in woord en daad zich bekommeren om zwervers en daklozen. Je ziet het gebeuren als mensen zich inzetten om vluchtelingen bij te staan in hun zoektocht naar veiligheid en geborgenheid. Je ziet het gebeuren als mensen dag in dag uit trouw zijn aan elkaar in hun wederzijdse zorg als partners, als ouders en kinderen. De hemel open: je ziet het gebeuren ...