zondag 3 april 2016

Herinneren helpt

Overweging op de 2e zondag van Pasen (jaar C)

Lezingen: Handelingen 5,12-16; Johannes 20,19-31

Misschien was ik acht of negen jaar, toen mijn vader op een dag vroeg, of ik bij opa wilde vragen om het plintenladdertje te lenen. Dat wilde ik wel doen, maar eerlijk gezegd vergat ik in de loop van de dag om het verzoek uit te voeren. 's Avonds vroeg mijn vader naar het laddertje. Oeps, vergeten! 'Weet je ook, waar ik dat laddertje voor nodig heb?'' vroeg mijn vader. 'Geen idee,' zei ik. 'Weet je ook wat voor dag het is vandaag?' vroeg hij weer. Pas toen ik op de kalender keek, zag ik dat het 1 april was. En ik begreep dat een ladder volkomen zinloos was om plinten te gaan bewerken. Zo zijn er ook mensen die – zonder een spier te vertrekken – een verhaal kunnen opdissen, waardoor je gaat geloven dat het nog gebeurd is ook. Pas als je erover gaat nadenken, kom je tot de conclusie, dat het niet waar kan zijn.
Schilderij van Leendert van der Cooghen uit 1654
gezien in het Catharijnenconvent te Utrecht
op 7 februari 2015

Op zijn kop

Tomas hoefde niet lang na te denken om te concluderen, dat het niet waar kon zijn, wat zijn vrienden hem vertelden. 'Jezus gezien? Neem je grootje in het ootje, maar mij niet!' Tomas wist heel goed wat er gebeurd was. De arrestatie en executie van Jezus stonden nog helder op zijn netvlies. De gedachten aan de oneervolle dood van Jezus, en misschien nog wel meer de onrechtvaardigheid ervan, kon hij maar niet uit zijn kop zetten. En nu zou het volgens zijn vrienden opeens helemaal anders zijn? Ja, dag!


Het verhaal begint al een week eerder. Zonder Tomas. Een groepje leerlingen van Jezus sluit zichzelf op van ellende en angst. De meeste mensen weten immers, dat zij vrienden van Jezus zijn geweest. Stel je voor, dat zij op dezelfde manier aan hun einde zouden komen. En dan gebeurt er iets, dat het menselijke voorstellingsvermogen compleet op zijn kop zet. De gesloten deuren zijn geen belemmering voor Jezus om binnen te komen.

Bijzonder verhaal

Het is belangrijk om te beseffen, dat we hier met een bijzonder verhaal te maken hebben. Het is geen verhaal, zoals we in de krant lezen over een ongeluk dat gebeurd is. Het is geen getuigenverslag, maar het is een geloofsverhaal. En zo moeten we het ook proberen te verstaan. Net zoals je een gedicht op een andere manier leest dan een geschiedenisboek. Een geloofsverhaal wil vertellen over wat onmogelijk lijkt, maar toch zo is ervaren door mensen. Een geloofsverhaal wil vertellen over wat in menselijke ogen op niets lijkt uit te lopen, maar ook over de nieuwe, onverwachte mogelijkheden die God desondanks opent. Geloofsverhalen vertellen ons: God sluit nooit een deur, of hij opent wel een raam. En in die verhalen gebruikt de verteller soms beelden, die het onverwachte benadrukken van wat mensen hebben ervaren. Jezus is aan het kruis gestorven, maar zijn dood is niet het laatste woord van God. Jezus' vrienden hebben ervaren, dat hij er is, in hun midden, ondanks de kruisdood.

Maar Tomas blijft een gezonde twijfel houden. En vaak herkennen wij onszelf in de scepsis die de apostel tentoon spreidt. Dood en toch levend? Ja, dag! Tomas weigert de rauwe realiteit van de kruisdood opzij te zetten voor het onzinverhaal van zijn vrienden. Opnieuw gebruikt de verteller van het evangelie een beeld om de ervaring van Tomas onder woorden te brengen. Er komt een nog ontmoeting. Weer komt Jezus binnen en wenst zijn vrienden de vrede toe. Nu kan Tomas er niet meer onderuit. Wat zijn ogen zien en wat zijn vingers voelen, dat is echt! Kennelijk – zo wil de evangelist ons voorhouden – is de apostel tot de ervaring gekomen, dat de dood niet het einde is.

Verdrietig

Wat er bij die ontmoeting gebeurd is, kan ik misschien het beste illustreren met het verhaal van Wim. Het is een zonnige woensdagmiddag. Maar ook al schijnt het zonnetje vrolijk, toch heeft Wim, acht jaar oud, geen zin om met zijn vriendjes te spelen. Hij voelt zich nogal verdrietig.

Want de tuin, waar Wim doorheen loopt, ligt er niet zo best bij. Op veel plaatsen staat onkruid, en de planten zien er nogal verwaarloosd uit. Vroeger zag die tuin er juist prachtig uit. Dat kwam omdat Wim en zijn opa vaak samen in de tuin bezig waren. Dan haalden ze alle onkruid weg, het gras werd gemaaid, de planten gesnoeid en de paadjes mooi aangeharkt. Maar dat kan niet meer. En ook daarom is Wim verdrietig. De opa van Wim is een paar maanden geleden gestorven. Hij was zo ziek dat zijn lichaam het niet meer aankon.

Herinneren helpt

En toch vraagt Wim zich af, wat opa altijd deed om de tuin bij te houden. En als hij terugdenkt aan al die middagen samen in de tuin, dan begint hij zich te herinneren wat opa hem heeft geleerd. Wim haalt wat gereedschap uit het schuurtje. Hij weet weer welke planten hij moet laten staan, en welk groen hij uit de grond moet halen, omdat het onkruid is. Hij harkt ook de paadjes weer mooi aan, en na twee uurtjes werken ziet de tuin er echt een heel stuk beter uit. En Wim is niet meer zo verdrietig als eerst. Want het is net alsof opa hem nog een beetje heeft geholpen bij het bijhouden van de tuin.

Eigenlijk is het verhaal van Wim ook een Paasverhaal. Het neemt de rauwe realiteit van de dood niet weg, maar het laat ook zien dat er nieuwe kansen kunnen groeien, zelfs tegen de verwachting in. Dat heeft ook Tomas ervaren. Dat God telkens een raamt opent, als alle deuren gesloten lijken.