zaterdag 26 maart 2016

Aan het debacle voorbij

Overweging op Stille Zaterdag
Huiskamerviering te Rilland

Lezingen: 1 Tessalonicensen 4,13-18; Johannes 14,1-7

Het is vroeg in de morgen, op een wolkeloze dag tegen het einde van maart. Je bent al buiten, maar het is nog kil en koud. Het belooft een mooie dag te worden, maar of de regen zal wegblijven, is nog onzeker. Je hoopt dat de dag zonovergoten zal zijn, maar of dat ook zo is, moet je afwachten. In die stille verwachting denk je terug aan de dag van gisteren. Niet alleen het weer was onaangenaam en guur. Ook al je bezigheden werden getekend door teleurstelling en alles wat maar kon tegenzitten. Maar misschien wordt het vandaag beter. Je hoopt het. Je bent in stille afwachting.

Zo zijn wij vandaag hier samen, gastvrij ontvangen in deze huiskamer. In stille afwachting bijeen. Want de herinnering aan het gruwelijke lijden van Jezus ligt nog vers in ons geheugen. Het debacle leek compleet. Alles, waarop de hoop van de leerlingen – van ons – op was gevestigd, is compleet de grond in geslagen. Maar toch, vandaag zijn we in stille afwachting van wat gaat komen. We bevinden ons in de tijdsspanne tussen enerzijds mislukking en anderzijds aan de mislukking voorbij. Maar of we werkelijk daar kunnen komen, voorbij aan de mislukking, dat moeten we nog afwachten. We zijn nog niet aangeland bij het lege graf, maar moeten nog wachten en hopen.


Hoop

Maar die hoop houdt ons op de been, houdt ons overeind. We mogen hopen en bidden, vol vertrouwen, dat het zover zal komen, dat het debacle zal veranderen in een nieuw begin. Die hoop weerklinkt in de woorden van de apostel Paulus, als hij zegt, dat wij niet bedroefd moeten zijn zoals de andere mensen, die geen hoop hebben. 'Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en weer opgestaan,' zegt de apostel, 'dan zal God hen die in Jezus zijn ontslapen samen met Hem meevoeren.'

Terwijl wij dus mensen zijn, die met twee benen in het alledaagse leven staan, met de voeten in de klei als het ware, dan mogen we toch erop vertrouwen dat er een tijd komt, waarin alles wat nu onaf en broos is gebleven tot voltooiing zal worden gebracht. Ook de mislukkingen in ons eigen leven zullen eens gezien kunnen worden als dingen die aan het debacle voorbij zullen komen. Het vooruitzicht op dat nieuwe begin mag ons overeind houden, ook als we weet hebben van onrecht en chaos, ook als we beseffen dat we de armoede in ons eigen leven en in andermans leven niet kunnen wegpoetsen.

Wees niet ongerust

We worden in dit vertrouwen ook gesterkt door de woorden, die Jezus zelf uitspreekt tegenover zijn leerlingen. 'Wees niet ongerust,' zegt hij. Als je vertrouwen hebt in mij, als je ook vertrouwen hebt in God, dan zul je een plaats krijgen in het huis van de Vader. Een plaats – denk ik dan – waar mensen helemaal mens kunnen zijn: zonder enig voorbehoud, zonder achtervolgd te worden door mislukking of teleurstelling. Een plaats waar mensen in harmonie zijn met zichzelf, met anderen, met God, een plaats van vrede en gerechtigheid.

En iets van dat vooruitzicht mogen we ook al voor ogen houden, vandaag, op Paaszaterdag, stille zaterdag. De dag waarop we aanwezig zijn bij het graf, dat nog gesloten is, maar – zo hopen en bidden we – toch niet gesloten zal blijven. Gods toezegging, dat hij zijn Zoon niet in de steek zal laten, en dat hij niet zal blijven hangen in het debacle, mag voor ons de hoop voeden, dat ook wij aan het debacle voorbij zullen komen.

Aan het debacle voorbij

Misschien wel bij uitstek hier in Rilland, waar wij als gelovigen bijeenkomen in deze gastvrije huiskamer, omdat ons kerkgebouw niet langer open kon blijven, misschien precies hier laten wij elkaar zien, dat we niet blijven omzien naar wat is geweest. Met Gods hulp willen we blijven hopen op nieuwe mogelijkheden, blijven zoeken naar wat ons toekomt kan geven. Met de steun van Gods genade willen we bidden en bijeenkomen, willen we zingen en vieren, willen we ons geloof sterken en bekrachtigen, willen we elkaar blijven ontmoeten en bemoedigen.

Of het ook zal lukken, hangt niet van ons alleen af. We leggen het in Gods hand, terwijl we onze hoop en ons vooruitzicht niet willen verliezen. Zo willen we op weg gaan naar het feest van Pasen, als we – naar wij mogen vermoeden – de steen weggerold zullen zien van het graf. Dan komen wij werkelijk aan het debacle voorbij. Dan kan het nieuwe begin ook echt beginnen.