zondag 17 januari 2016

Het beste voor het laatst

Overweging bij de 2e zondag door het jaar (jaar C)

Lezingen: Jesaja 62, 1-5; Johannes 2, 1-12

Als je naar een concert gaat van een groot artiest, dan kun je er donder op zeggen, dat de grootste hit wordt bewaard tot het laatst. Zo wordt het concert van Simon and Garfunkel in Central Park, New York 1981, afgesloten met als toegift The Sound of Silence. De knaller, de uitsmijter, de apotheose wordt altijd bewaard tot het laatst. Want met die muziek in je oren ga je per slot van rekening naar huis.
Muurschildering in de Benedictijnerabdij
Keizersberg in Leuven

In het evangelie horen we het bekende verhaal over een bruiloftsfeest in Kana. Het feest dreigt een mislukking te worden als de wijn op raakt. Op aandringen van zijn moeder zorgt Jezus ervoor, dat het feest geen fiasco wordt. Maar het meest verwonderlijke is de ontdekking van de tafelmeester, dat de beste wijn bewaard is tot het laatste. De apotheose is voor het slot van het feest. En met die uitsmijter gaan de gasten naar huis.


De overtreffende trap

Er zal nog lang zijn nagepraat over dat bijzondere bruiloftsfeest. Wie doet nou zoiets, de beste wijn bewaren tot het laatst? En de eerste wijn was al helemaal niet slecht. Het lijkt wel alsof de verteller van het verhaal daar alle nadruk op wil leggen: dat het beste wordt bewaard tot het laatste. Want na het verhaal maakt de evangelist nog een veelbetekenende opmerking. Hij zegt: 'Zo maakte Jezus een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid.' Dat het beste wordt bewaard tot het laatste, moeten we dus opvatten als een teken voor wat Jezus voor ogen staat. Hij wil niet alleen dat mensen het goed zullen hebben, nee: hij wil de overtreffende trap. Hij wil dat mensen het uitzonderlijk goed zullen hebben. De uitmuntende wijn, die de feestvreugde zal vergroten, is het perspectief dat we voor ogen mogen houden. Juist waar het feest dreigt te mislukken, daar is – vanuit gelovig oogpunt – uitzicht op een nog grotere feestvreugde.

Zo, zegt de evangelist, liet Jezus zijn heerlijkheid zien. Met dat woord heerlijkheid weten wij niet zo goed raad. En toch is het – in heel het Johannesevangelie – een van de sleutelwoorden. Om de eigenlijke betekenis te doorgronden moeten we terug naar het oorspronkelijke Hebreeuwse woord. Kabod betekent letterlijk: gewicht, zwaarte. Als Jezus met dit teken van het water dat wijn wordt zijn heerlijkheid laat zien, dan komt daarmee zijn gewicht, zijn zwaarte aan het daglicht. Anders gezegd, dan wordt daarmee zijn essentie zichtbaar. Het wezenlijke waar Jezus naar streeft, is dat mensen uitzicht mogen hebben op nog grotere feestvreugde; perspectief op geluk en heil juist daar, waar het feest dreigt te mislukken.

Een rimpel in het verhaal

Dat uitzicht op geluk en heil hebben we ook kunnen beluisteren in de eerste lezing. De profeet Jesaja kondigt aan, dat het volk van Israël, na een periode van ballingschap en godverlatenheid, mag uitzien naar betere tijden. Het volk zal niet langer 'Verlatene' of 'Woestenij' heten, maar 'Mijn Welbehagen' en 'Gehuwde'. De beeldspraak van het huwelijk wordt hier gebruikt om de verhouding van God tot zijn volk te beschrijven: 'Zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid, zo zal God zich verheugen in u.'

Als dat zo is, dan moet Jezus wel ingrijpen bij de bruiloft die dreigt te mislukken. Dat is immers de essentie, de kabod, van waar het Jezus om te doen is. Toch is er nog een lelijke rimpel in het verhaal. Want als Maria haar zoon uitnodigt om de verstoorde feestvreugde te herstellen, dan komt er een nogal bitse reactie. 'Vrouw, is dat soms uw zaak?' Waarom vindt de evangelist het nodig dit detail te vermelden? Misschien blijkt dat uit het volgende zinnetje, dat hij Jezus laat zeggen: 'Nog is mijn uur niet gekomen.' Daarmee geeft Johannes aan, dat de volle openbaring van wie Jezus is pas duidelijk zal worden in het uur van zijn dood en verrijzenis. Kortom, als Jezus bij deze gelegenheid water verandert in wijn, dan is dat niet slechts om de menselijke nood van dat moment te lenigen. Maar dan staat dat in de context van zijn ultieme gehoorzaamheid aan de Vader – tot in het uur van zijn dood. Met dit teken wil Jezus uitnodigen tot geloof: geloof in God die zich wil verheugen in zijn volk; geloof in God die perspectief wil bieden op geluk en heil juist daar, waar het feest dreigt te mislukken.

Het beste voor het laatst

Dat geloof is het geloof, waaraan wij zelf ons mogen optrekken: juist in momenten, waarop ons perspectief lijkt dood te lopen. Dat geloof is een geloof dat verrijkend en weldadig is voor wie er zich in kan koesteren. Maar dat geloof is ook het geloof, dat wij mogen verspreiden onder de mensen om ons heen. Verspreiden, misschien niet eens met een overdaad aan woorden, maar vooral door de manier waarop wij anderen in onze omgeving benaderen. Want telkens wanneer wij anderen een schouder bieden om op te steunen, of een oor dat werkelijk luisteren wil, telkens wanneer wij onbaatzuchtig onze hulp aanbieden of vreugde weten te brengen waar droefenis is, telkens als het ons lukt om de vrede te bevorderen en de gerechtigheid te dienen – al die keren laten wij zien, dat het geloof onze kracht en onze genade is. Al die keren laten wij zien, dat het beste wordt bewaard tot het laatste. Met die muziek in de oren mogen we straks naar huis en de wereld in.