zondag 26 april 2015

Weerloos maar onverwoestbaar

Overweging op de 4e zondag van Pasen (jaar B)
Zondag van de roepingen

Lezingen: Handelingen 4,8-12Johannes 10,11-18

Misschien wat ongebruikelijk, maar met een gebed wil ik deze overweging beginnen. Het gebed past - denk ik - goed bij deze zondag van de roepingen:

Een weerloze Stem in onze oren ben Jij,
onbegrijpelijke en nabije God.
Onverzettelijk blijf Jij ons roepen
tot een manier van leven
waarin mensen voor elkaar
werkelijk mensen worden.
Dat wij oren mogen hebben voor jouw Stem,
dat bidden wij,
wij die vaak niet bij machte zijn
om te geloven,
en toch eindeloos op zoek naar Jou.
Dat wij niet gesloten blijven, niet doof.

Weerloze Stem in onze oren, ben Jij.

Nooit zul Je ons dwingen,
maar Je roept ons bij onze naam,
roept ons weg uit alles wat onecht is.

Onnaspeurbaar als de wind, ben Jij.
Onherleidbare Stem,
niet te doden Roepstem, ben Jij -
kwetsbare roep om liefde,
om eerbied voor mensen.

Laat ons ondervinden, meer en meer,
dat jouw Roepstem betrouwbaar is.

zondag 19 april 2015

Iederéén draagt iets bij

Interview met Marjolein van Roekel,
geestelijk verzorger in het Admiraal de Ruiterziekenhuis
in de serie Graven naar geloof

Onbekend maakt onbemind, zegt het spreekwoord. Maar daar komt verandering in, als de weergave van mijn gesprek met Marjolein van Roekel onder ogen van de lezers komt. Hoezo onbekend? Marjolein: 'Vanmorgen verzorgde ik een introductie voor nieuwe medewerkers in het ADRZ. Zelfs voor hen is het niet duidelijk, wat het werk van de geestelijk verzorger inhoudt. Wij werken in Goes met een team van drie geestelijk verzorgers: Jeannette van de Beukel en Marianne Zandbergen namens de protestantse kerken en ik zelf namens de katholieke kerk. Maar uitgangspunt bij ons werk is, dat wij beschikbaar zijn voor alle patiënten, ongeacht hun levensovertuiging.

Krachtbronnen

Wanneer mensen hier terecht komen, dan gebeurt het dat ze geconfronteerd worden met de waarom-vraag. Levensvragen, vragen rond zingeving komen sneller naar boven als je met ziekte of ernstige beperkingen te maken krijgt. Belangrijk in mijn werk is om in dergelijke situaties vooral te luisteren. Het past niet, dat ik de vragen van mensen beantwoord voor hen, maar dat ik hen help om hun eigen antwoord te vinden. Ik probeer aan te sluiten bij wat voor deze mens de krachtbronnen zijn, waaruit zij of hij kan leven. Dat vraagt maatwerk, want de richting waarin de antwoorden worden gevonden is afhankelijk van de eigen levensovertuiging. Ook in crisisomstandigheden, die door het ziekteproces worden versterkt, zie je dat mensen leren ontdekken hoe hun leven de moeite waard kan zijn, ondanks de beperkingen van dit moment of de handicaps in de toekomst.

zondag 12 april 2015

Het heilige in het alledaagse

Wat heilig is, beschouwen wij als bijzonder. Wij zetten het apart van het alledaagse. Het is iets 'waar een ander niet aan moet komen'. Omdat het heilige voor ons bijzonder dierbaar is of omdat wij het als kostbaar aanmerken. Zo kennen alle godsdiensten heilige voorwerpen, heilige boeken, heilige plaatsen, heilige gebruiken of rituelen en heilige personen. Ze worden apart gehouden, omdat ze voor de belijders van de betreffende godsdienst een bijzondere betekenis hebben. Want het heilige is vrijwel altijd ook een verwijzing naar het goddelijke, naar datgene wat onze gewone werkelijkheid overstijgt. Het heilige kan ons kracht en troost geven, houvast en bemoediging.

In het bloemstuk dat op de kist lag van een dierbare
zijn stukken gereedschap (uitdrukking van zijn beroepsleven)
en wandelschoenen (verwijzend naar zijn grootste hobby) verwerkt.

Toch kan het ook zo zijn, dat in gewone alledaagse dingen of gebeurtenissen iets van heiligheid zit opgesloten. Vaak gaat het dan om voorwerpen, gebeurtenissen of personen die voor ons een bijzondere betekenis hebben. Een foto van een dierbare overledene, een vriendschapsring, een tekening gemaakt door een kleinkind, een stuk gereedschap dat door een geliefde oom werd gebruikt, het gedenken van de trouwdag of van de sterfdag van de ouders, de herinnering aan een mooie en betekenisvolle ontmoeting, een persoon die op een bijzonder levensmoment veel heeft betekend: het zijn allemaal voorbeelden die een bijzondere betekenis weergeven. En in al deze voorbeelden is er ook sprake van toewijding.

zondag 5 april 2015

Het geloof van opstandige mensen

Overweging op het hoogfeest van Pasen

Lezingen: Handelingen 10,34a.37-43; Johannes 20,1-9

Je hoort het ongeloof en de verbijstering in de woorden van Maria van Mag­dala. Lijkrovers, grafschenners van het ergste soort, zijn ervan door gegaan met het lichaam van haar Heer. De wrede dood van deze onschuldige is op zich al erg genoeg, maar dat dit er nog bij komt - daar kan ze absoluut geen plaats aan geven.

Pas later, veel later, komt Maria tot het besef, dat hier iets heel anders aan de hand is. Lijkrovers zouden niet de moeite hebben genomen om de doeken, waarin het lichaam gewikkeld was, te verwijderen en achter te laten. Dat de doeken er zijn, en ook de manier waarop ze er nu liggen, is een aanwijzing dat degene die erin gewikkeld was, eruit is gestapt. Geen lijkroof dus, maar opstanding uit de dood. We kunnen er ons geen voorstelling van maken. Opstaan uit de dood, tot nieuw leven komen, dat is een ongehoorde gebeurtenis. Het is iets, dat bijna wel tot ongeloof moet leiden. Het ongeloof, dat dus doorklonk in de woorden van Maria van Magdala.

De vernedering omgebogen

Maar toch. Uiteindelijk komt Maria, en komen ook de andere leerlingen, tot geloof. Ze leren beseffen, dat de dood niet het laatste woord zal hebben. Ze gaan geloven, dat de vernedering van de kruisdood omgebogen wordt in de overwinning op de dood. Het einde is niet het einde. En ook wij mogen het zien gebeuren: in ons eigen leven, in onze persoonlijke ervaring. Nieuw leven, stralend licht, ontluikende natuur en nieuwe kansen.