zondag 22 februari 2015

Biecht brengt bevrijding

Recensie van Il y a longtemps que je t'aime (2008)
Regie: Philippe Claudel

Fijnzinnig verteld, scherp geobserveerd, met mededogen voor het menselijk tekort laat Claudel ons de achtergronden zien van de 15-jarige gevangenschap van Juliette. Vanaf het moment dat ze, na haar vrijlating uit de penitentiaire inrichting, wordt opgehaald door haar zus Léa tot het moment, waarop Juliette tegenover Léa bekent waarom ze haar zoontje van zes een barmhartige dood heeft laten sterven, blijf je als kijker aan het beeldscherm gekluisterd: geboeid, verbijsterd en geraakt.

Juliette was arts en is veroordeeld voor moord op haar zesjarige zoon Pierre. Als ze de gevangenis verlaat, heeft ze in de voorbije periode nauwelijks contact heeft gehad met haar familie. Haar jongere zus Léa vangt haar op in haar huis, waar ze woont met haar man, haar twee geadopteerde dochtertjes P'tit Lys en Emilia en haar schoonvader. Juliette is een gesloten, introverte, ook enigszins wantrouwige vrouw, terwijl Léa, die literatuur doceert op de universiteit, alles doet om Juliette te laten voelen hoeveel ze van haar zus houdt.

zondag 15 februari 2015

Wat niet kan, kan tóch

Overweging op de 6e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Leviticus 13,1-2.45-46; Marcus 1,40-45

Vijf jaar geleden is in Zeeland onderzoek gedaan naar de mate waarin mensen zich eenzaam voelen. Eenzaamheid komt bij volwassen voor in alle leeftijdscategorieën. Tot 64 jaar voelt 43% van de Zeeuwen zich matig tot ernstig eenzaam. Vanaf 65 jaar ligt dat percentage nog iets hoger: 47%.

Eenzaamheid kan verschillende vormen aannemen. Je kunt een klein, te klein, sociaal netwerk hebben. Dan hebben we het over sociale eenzaamheid. Maar je kunt ook een gebrek hebben aan voldoende intieme contacten. In dat geval spreken we over emotionele eenzaamheid. Soms vallen die twee vormen van eenzaamheid samen. Maar niet altijd.

Wie zich eenzaam voelt, heeft in feite een verlangen naar meer of naar betere relaties met anderen. Zij of hij voelt zich in een isolement, voelt zich meer of minder buitengesloten van de gemeenschap.

zondag 8 februari 2015

Onbezorgd...

Over het verschil tussen vorm en inhoud van geloven

Twee kleine mosterdzaadjes lagen in een grote bak gemoedelijk naast elkaar, te midden van honderdduizend andere zaadjes. Ze lagen te wachten tot ze in in de grond gestopt zouden worden om te ontkiemen.

Nu gebeurde het, dat het eerste mosterdzaadje geplant werd door een man, die de zaken in zijn leven gewoonlijk aanpakte als een realist. Hij liet zich geen knollen voor citroenen verkopen en baseerde zijn inschattingen enkel op wat hij zag. Hij maakte zich vaak grote zorgen over hoe de wereld in elkaar stak. Zijn vertrouwen in de medemensen kon je niet echt groot noemen. Hij hield niet van flauwekul en werkte hard, keihard om te voorzien in het onderhoud van zijn gezin. En hoe hij ook alles in het werk stelde om het mosterdzaadje te laten ontkiemen tot een grote, gezonde plant - er kwam niet veel meer uit de grond dan een armetierig, klein struikje.

Het tweede mosterdzaadje werd geplant door een man, die door veel mensen als een dromer werd beschouwd. Hij zag wel, wat er in de wereld allemaal verkeerd ging, maar hij liet zich daardoor zijn optimistische aard niet afnemen. Natuurlijk werd hij wel eens teleurgesteld, maar in de grond van de zaak had hij een stevig vertrouwen in andere mensen. Hij werkte hard, maar vond in zijn leven ook tijd voor pleziertjes en ontspanning. Een beetje naïef was hij, soms kwetsbaar, maar altijd overtuigd van de goede inborst van mensen. Het mosterdzaadje dat hij plantte, groeide uit tot een mooie, florissante mosterdstruik, waarin de vogels hun nesten bouwden en in de schaduw waarvan mensen konden uitrusten.

zondag 1 februari 2015

Twee keer luisteren

Overweging op de 4e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Deuteronomium 18,15-20; Marcus 1,21-28

Als je een stuk hout niet op de goede maat afzaagt, dan moet je ofwel nog een keer zagen (als je geluk hebt) ofwel een nieuw stuk hout nemen (als je pech hebt). Daarom geldt altijd de vuistregel: twee keer meten, één keer zagen. Met andere woorden, je moet zorgvuldig te werk gaan en geen haastklus willen leveren, anders gaat het fout. Twee keer meten, één keer zagen.

Zoiets kun je ook toepassen op luisteren en spreken. Twee keer luisteren, één keer spreken. De eerste keer luister je om de woorden van een ander te horen, de tweede keer om de betekenis te verstaan. Pas als je die zorgvuldigheid in acht genomen hebt, kun je aan je antwoord beginnen. Twee keer luisteren, één keer spreken.

Het begint met luisteren

Spreken begint dus met luisteren. Niet alleen luisteren naar de woorden, maar vooral naar de eigenlijke betekenis, misschien met name naar het verlangen dat daarin doorklinkt. Want in wat mensen zeggen, klinkt vaak ook een een diepere wens, een oprecht verlangen door. Jezus heeft dat kennelijk goed begrepen, want in wat hij zegt – daar in de synagoge van Kafarnaüm – klinkt iets door wat de toehoorders nog niet gauw bij anderen hebben gehoord. Wie naar hem luistert, raakt onder de indruk van wat hij zegt en hoe hij het zegt. Hij spreekt als iemand met gezag.