zondag 13 december 2015

Het kleinere zoeken naar vrede

Beschouwing op weg naar kerstmis

Het verlangen naar licht, naar vrede en saamhorigheid lijkt ons met Kerstmis meer te beroeren dan in andere tijden van het jaar. Misschien komt dat wel door de duisternis en het gure weer, die in de natuur de overhand hebben. Of deels ook door het schrale klimaat, dat in onze samenleving van vele kanten op ons afkomt.

Dat verlangen naar vrede en harmonie drukt zich tegenwoordig vaak uit in het uitbundige licht, waarmee we onze kerstbomen of zelfs de buitenkant van ons hele huis optuigen. Soms denk ik wel eens, dat dit vele licht in onze straten als een soort bezwering wordt ingezet om onze behoefte aan innerlijk licht te maskeren. Het verlangen naar harmonie is ook zichtbaar in de behoefte aan het gezellige samenzijn met familie en vrienden. Of voor sommige mensen ook in de extra aandacht in deze dagen voor de asielzoekers, die in ons land een veilig heenkomen zoeken.


Zo zijn er vele manieren om uitdrukking te geven aan ons verlangen naar vrede. Wat mij opvalt is, dat de meeste initiatieven om het verlangen naar vrede vorm te geven klein beginnen. En ook, dat het verlangen naar vrede vaak begint met een gevoel van onvrede. In Goes en in Heinkenszand werden – voor het eerst vijf jaar geleden – maaltijden gehouden op Eerste Kerstdag voor mensen die gezelschap zochten. Het initiatief kwam van vier bevlogen mannen en vrouwen, die geen vrede vonden bij de gedachte dat mensen juist die dag zonder gezelschap moesten doorbrengen. Van vijfentwintig gasten in het eerste jaar te Goes is de belangstelling inmiddels uitgegroeid tot het dubbele.

Het moet anders

Het verlangen naar vrede begint vaak met een gevoel van onvrede. Dat geldt niet alleen voor de grote conflicten in onze wereld, waarbij diplomaten een veelal onopvallende missie uitvoeren om vrede te bevorderen. Maar dat is ook het geval in onze eigen, meestal overzichtelijke maar tegelijk vaak ingewikkelde, leefomgeving. Het verlangen naar vrede begint klein: waar mensen ervan overtuigd raken, dat een bepaalde situatie of een ongewenste gang van zaken anders moet. Die overtuiging kan zo sterk worden, dat er gezocht wordt naar creatieve en onvermoede pogingen tot toenadering of verzoening.

Juist die onverwachte creativiteit kan nieuwe dingen tot stand brengen, kan doodgelopen wegen omzetten naar doorlopende wegen. Dat nieuwe begin mogen wij als christenen vieren met kerstmis. De evangelist Lucas richt onze aandacht op een gebeurtenis, die totaal niet interessant is voor de nieuwsberichten van toen. Hij haalt de logica van de politieke verhoudingen en de economische belangen volledig onderuit. Met de geboorte van een kind – dit kind, dat geboren werd in een kribbe – wordt een nieuw begin gemaakt. In de geschiedenis van mensen is deze geboorte eigenlijk zonder grote betekenis, maar in de geschiedenis van God-met-de-mensen is dit het nieuwe begin. Juist in het kwetsbare, het nietige, het onooglijke, juist in wat niet meetelt in de grote wereldgeschiedenis, wordt een nieuwe start aangekondigd. Het is niet een nieuw begin, zoals mensen dat verzonnen zouden hebben. Nee, het is het nieuwe begin dat door God wordt voorgesteld. In de geboorte van dit kind wil God ons de hand reiken.

Binnen handbereik

En daarmee worden wij op weg naar de vrede gezet. Niet de vrede, die op mondiaal niveau gerealiseerd moet worden. Dat lijkt alsmaar niet te lukken, al zijn er soms hoopgevende initiatieven. Maar wij worden op weg gezet naar de vrede die begint tussen jou en mij. De vrede die zich afspeelt tussen God en ons. En de vrede die ik kan proberen te vinden in mijzelf. Want het begint klein. Ja. Het. Begint. Klein.

Gelukkig ook maar! Want daarmee komt de vrede ook binnen handbereik. Ons verlangen naar vrede hoeft niet te blijven steken in een onvervuld verlangen. Met zijn geboorteverhaal wil Lucas ons laten zien, waar het werkelijk op aan komt in ons leven. De grote-mensen-geschiedenis zal altijd invloed hebben in ons leven, maar wat nou echt belangrijk is, dat is van een totaal andere orde. Niet macht en status, niet ons vaak veel te grote ego, niet een nog weer nieuwere smartphone zouden ons doen en laten moeten bepalen. Maar we moeten ons laten gezeggen door alles wat kwetsbaar is in onze wereld. Al die kleine mensen en schijnbaar onbeduidende gebeurtenissen halen het grote nieuws niet. Maar zij laten juist zien dat oog hebben voor het kwetsbare een grote kracht kan betekenen. Juist wat onooglijk en ogenschijnlijk niet belangrijk is, juist waar de integriteit van mensen wordt geschonden, juist wanneer mensen achteloos aan de kant worden gezet – juist daar en dan moeten wij laten zien wat werkelijk van belang is in onze dagen. Juist daar en dan kunnen wij zien waar vrede in ons eigen bestaan – heel concreet – een plaats kan krijgen.

In die zin wens ik u uit de grond van mijn hart een gezegend kerstfeest toe. Alsook vrede en alle goeds.

Eerder verschenen in Ons Orgaan, uitgave van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, december 2015.