zondag 22 november 2015

De beslissing valt nú

Overweging op bij het feest van Christus, Koning van het Heelal (jaar B)

Lezingen: Daniël 7,13-14; Johannes 18,33b-37

De nervositeit in heel Europa, ook in Nederland, is groot na de terroristische aanslagen in Parijs op 13 november. Natuurlijk, het gewone leven gaat door –  zo goed als mogelijk. Maar er worden ook maatregelen genomen om zoveel mogelijk risico's uit te sluiten, zoals het afgelasten van de vriendschappelijke voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Nederland. Regeringsleiders roepen op tot het bewaren van de kalmte; ze houden ons voor om ons niet bang te laten maken.

Het lijkt wel alsof er een strijd wordt uitgevochten tussen goed en kwaad op het scherpst van de snede. In die krachtmeting wordt ervan uitgegaan dat er een eenduidig onderscheid is tussen wie aan de juiste kant staat en wie niet. En ook, dat het erom gaat om de juiste kant naar de overwinning te voeren. De positie van de winnaar immers is een comfortabele plek. Jij hebt het voor het zeggen, en wat jij wil, dat gebeurt. Maar wat je dan vaak ziet gebeuren, is dat juist die 'ander' daardoor niet tot zijn recht mag komen. En als de 'verliezer' uiteindelijk niet ook recht wordt gedaan, dan kunnen er gevoelens van onvrede ontstaan, gevoelens van wrok en haat. En daarmee is de oorzaak gegeven voor weer nieuwe conflicten en onvrede.

Duurzame rechtvaardigheid

De lezingen vandaag wijzen ons een andere richting. Uit het boek Daniël hoorden we een visioen, een droom van hoe de dingen zouden moeten zijn. Het is een stukje literatuur, dat niet bedoeld is om door iedereen te worden verstaan. Het is bestemd voor ingewijden, geschreven in een soort codetaal. In dit soort literatuur staan meestal goed en kwaad lijnrecht tegenover elkaar. Het goede wordt vertegenwoordigd door een persoon. In de eerste lezing is dat degene 'die op een mens geleek'. Iemand die staat voor alle mensen, voor ieder mens. Elckerlyck wordt hij in de middeleeuwse verhalen genoemd, Jan-en-alleman zouden wij zeggen. Deze 'iemand die op een mens geleek' is degene die bij uitstek de rechtvaardigheid vertegenwoordigt. De lezing eindigt met het visioen van een heerschappij van de rechtvaardigen, die duurzaam zal zijn. Natuurlijk: een droom is het, een perspectief. Maar voor wie niets anders heeft om op te hopen is het een houvast, een richting om te gaan. En daarom is het een uitdaging om er aan te werken. Ook vandaag nog.

Tegenover het goede en het rechtvaardige staan in dit visioen de kwade machten. Het zijn de machten die mensen ertoe drijven om steeds meer te willen hebben, steeds meer te willen heersen – zonder mededogen, zonder gevoel voor rechtvaardigheid. En waar deze kwade machten zich bedreigd voelen, daar zijn ze tot alles in staat, zijn ze zelfs bereid om over lijken te gaan. Dat hebben we zien gebeuren in Parijs.

Koning van de waarheid

Maar dat zien we ook gebeuren in de lezing uit het evangelie. In het gesprek tussen Pilatus en Jezus staan in feite ook kwaad en goed tegenover elkaar. Het gaat erom op welke wijze je koning kunt zijn. Pilatus vraagt of Jezus zichzelf ziet als de koning van de Joden. Pilatus verstaat het koningschap in politieke zin. En omdat hijzelf nu de machthebber is, kan hij niet nog een koning gebruiken. We kennen de afloop van het verhaal: Pilatus wast zijn handen en laat Jezus executeren. De verdediging van Jezus stelt – juridisch gezien – helemaal niets voor. Hij brengt alleen naar voren, dat zijn koningschap (want inderdaad: koning is hij) niet van deze wereld is. Het enige waar het hem om te doen is, dat hij getuigenis aflegt van de waarheid.

En daarmee komen we bij de kern. Want: wat is waarheid? Daar kunnen mensen eindeloze debatten over opzetten. Maar waarheid heeft in essentie te maken met wat het leven van mensen bevordert en behoedt, met alles wat het leven van mensen mogelijk maakt. Alles wat daar niet aan voldoet, is geen waarheid. En als machthebbers het leven van anderen, van onderdanen onmogelijk maken, dan is dat onwaarheid, dan is dat leugen en bedrog. Als de ene mens heerst over de ander, waardoor die ander niet tot zijn recht kan komen, dan is dat onwaarheid. Overal waar mensen onrecht wordt aangedaan, daar is onwaarheid, daar is minachting en arrogantie. Overal waar het verdriet van een ander wordt genegeerd of miskend, overal waar de pijn van een ander achteloos wordt glad gestreken, daar is onwaarheid, daar is onverschilligheid en egoïsme.

De beslissing valt nu

Jezus wil getuigen van de waarheid. Hij laat zien, dat het een koninklijke weg is om de waarheid na te streven. Hij wil het kwaad minder ruimte geven door het ware en het goede in mensen tot leven te brengen. Die koninklijke weg laat hij ons zien. Want die weg leidt uiteindelijk tot een koninkrijk, dat duren zal. Dat vooruitzicht mogen wij vandaag, op de laatste zondag van het kerkelijke jaar, meenemen als een perspectief voor weer een nieuw jaar. Deze laatste zondag is de zondag van Jezus Christus, die koning wil zijn in het ware en het goede. En die laatste zondag staat ook symbool voor hoe het zal zijn in de laatste dagen, de beslissende dagen, als alles tot voltooiing wordt gebracht. Als God alles dat nu nog onaf is, tot volkomenheid zal brengen. Maar de beslissing wordt gedeeltelijk nu al genomen – door ons, als wij ervoor kiezen de koninklijke weg te volgen van het ware en het goede.

Natuurlijk: een droom is het, een perspectief. Maar voor wie iets wil hebben om op te hopen in onze wereld van chaos en geweld, van onrecht en armoede, is deze droom een houvast, een richting om te gaan. En daarom is het ook een uitdaging om er aan te werken. Mag het dan zo zijn: dat wij Jezus Christus gaan volgen op zijn koninklijke weg, die het goede en het ware naar boven brengt in mensen, in ons.