zondag 13 september 2015

Verliezen is het nieuwe winnen

Overweging op de 24e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Jesaja 50,5-9a; Jakobus 2,14-18; Marcus 8,27-35

Wanneer je als atleet de top wilt bereiken, dan moet je daar erg veel voor over hebben. Je moet niet alleen uren en uren investeren in de training, maar ook letten op de juiste voeding. Je zult ook wel eens een feestje moeten overslaan, omdat voldoende slaap nodig is voor het bereiken van je ultieme doel. Kortom: het realiseren van je droom kan betekenen, dat je zult moeten afzien – mentaal en fysiek. Maar het bereiken van het gestelde doel maakt veel, zo niet alles, goed.

Ultieme droom

Voor het realiseren van zijn ultieme droom is Jezus bereid om heel ver te gaan. Wat hem voor ogen staat, wat God voor ogen staat, is een wereld waarin mensen, alle mensen elkaar recht doen. Een wereld, die er totaal anders uitziet dan wat wij gewoonlijk waarnemen. Een wereld, waarin mensen zorg hebben voor elkaar, waarin mensen proberen om het beste uit de ander naar boven te halen. Een wereld waarin mensen bereid zijn tot verzoening en vrede, een wereld van vriendschap en genegenheid, van hartelijkheid en onderlinge verbondenheid.


Jezus beseft, dat zijn droom niet zomaar tot stand komt. Want lang niet iedereen zit te wachten op zo'n wereld. Meewerken aan de droom van Jezus kan een bedreiging zijn voor de positie die je in de samenleving bekleedt. Kan ook een bedreiging zijn voor je economische belangen. Of voor de politieke invloed die je graag wilt hebben. Meewerken aan de droom van Jezus kan betekenen, dat je bepaalde persoonlijke verlangens en wensen zult moeten loslaten, zoals een topatleet bepaalde pleziertjes moet opgeven om zijn doel te bereiken. Daarmee wil ik niet gezegd hebben, dat geloven alleen maar bedoeld is voor de toppers onder ons – gelukkig niet! Op zijn eigen, persoonlijke manier kan ieder meewerken aan het realiseren van die mooie, nieuwe wereld, waar Jezus van droomt.

Niet opgeven

Maar het zal niet vanzelf gaan. Jezus is bezig, zo hoorden we in het evangelie, zijn vrienden voor te bereiden op wat hij zal moeten doormaken. Lijden, vernedering, hoon, ultieme eenzaamheid – zelfs de dood zal hem niet bespaard blijven als hij wil blijven vasthouden aan zijn droom.  Maar ook zijn vrienden zullen te maken krijgen, ook wij zullen te maken krijgen met onbegrip, laster, tegenwerking, vervolging. En sommige christenen in deze wereld worden zelfs gemarteld en met de dood bedreigd omwille van hun geloof.

En toch kunnen we, willen we – als het erop aankomt – die droom van Jezus maar niet opgeven. We kunnen ons niet voorstellen, dat onze wereld enkel geregeerd zou worden door brute chaos of mateloze hebzucht. We willen er niet aan, dat mensenlevens worden opgeofferd aan nietsontziende geloofsovertuigingen of aan ongebreidelde economische belangen. We willen niet blijven steken in verzengende haat of genadeloze rancune.

Los laten

Maar om die droom van een betere, mooie, vriendelijke wereld waar te maken, zullen we bereid moeten zijn om los te laten. Wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zegt Jezus, wie bereid is om zijn eigen belangen ondergeschikt te maken aan een betere toekomst voor de wereld waarin hij woont en werkt, die zal – uiteindelijk – zijn leven redden, zal de droom dichterbij halen, zal iets waarmaken van dat prachtige visioen waar Jezus alles voor wilde geven. Zelfs zijn leven.

Heel concreet helpt de apostel Jakobus ons op weg om iets van die droom te realiseren. In de tweede lezing houdt hij ons voor, dat een levend geloof niet denkbaar is zonder daadwerkelijke ondersteuning van ieder die een beroep op ons doet. Een geloof zonder aanwijsbare daden is een dood geloof, het is zonder inhoud of betekenis. De consequentie is, dat je iets van je eigen wensen en verlangens, iets van je persoonlijke belangen en van je ego zult moeten opgeven. Want om de droom van Jezus te realiseren, kun je niet alleen koersen op wat je zelf wilt. Jakobus leert ons, dat we de droom van Jezus slechts in gezamenlijkheid kunnen waar maken.

Het nieuwe winnen

En je hoeft niet ver te zoeken om te doen wat nodig is. Het zijn soms de simpele, voor de hand liggende dingen, die je kunt doen. Een kwartiertje oprechte aandacht voor wie zijn hart bij jou wil luchten. Een arm om de schouder van wie verdriet heeft. Misschien heb je al overwogen, of zelfs gedaan, om noodzakelijke spullen te geven aan de Welkomwinkel in Goes voor de vluchtelingen die in ons land een goed heenkomen zoeken. Een uurtje in de week vrijwilligerswerk in het zorgcentrum hier op het dorp. Misschien probeer je wel op te komen voor die collega, die op het bedrijf altijd de pispaal lijkt te zijn.

Kortom, de droom van Jezus vraagt inspanning, en soms ook – om maar eens een bijna vergeten woord te gebruiken – een offer. En toch moeten we ons realiseren, dat wanneer we iets opgeven, er tegelijk ook winst is. Delen met anderen is niet alleen maar iets van jezelf verliezen, het is ook terugkrijgen – in een andere vorm – van wat je weggeeft. Wat je terugkrijgt is: voldoening en het gevoel, dat je hebt bijgedragen aan al is het maar een kleine verbetering van de wereld waarin je leeft. Wat je terugkrijgt is: misschien wel  de dankbaarheid en waardering van degene die je hebt bijgestaan. Wat je terugkrijgt is: het besef, dat we onze aarde samen bewonen en dat we er samen iets moois van kunnen maken. Want verliezen is het nieuwe winnen.