zondag 27 september 2015

Open minded

Overweging op de 26e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Numeri 11,25-29; Marcus 9,38-43.45.47v

Als ik zeg, dat mensen het lang niet altijd met elkaar eens zijn, dan lijkt dat verdacht veel op het intrappen van een open deur. Maar goed, nu ik het eenmaal heb gezegd, hoef ik deze uitspraak ook niet te onderbouwen met een rijtje voorbeelden. De kunst is – in dergelijke situaties van meningsverschil – om het gesprek niet af te kappen. Waar dat wel gebeurt, waar mensen elkaar buiten sluiten omwille van een andere opvatting, daar worden grenzen getrokken die de onderlinge verstandhouding in de weg zitten.

Wel of niet?

In de Schriftlezingen horen we ook over mensen, die van ongepaste duidelijkheid houden: jij hoort bij ons, en jij niet. Uit het boek Numeri hebben we het verhaal beluisterd over een aantal assistenten van Mozes. Zeventig oudsten worden toegerust met inspiratie en enthousiasme, zodat ze kunnen spreken (profeteren heet dat) namens God en Mozes. Naast die zeventig zijn er nog twee anderen, Eldad en Medad, die hun enthousiaste spreken niet kunnen tegenhouden. Ook zij profeteren. Daar wordt bezwaar tegen gemaakt, omdat de twee niet op de vereiste wijze zouden zijn toegerust. Ja, zegt Jozua, dat kan natuurlijk niet. Ja, zegt Mozes, dat kan natuurlijk wel. Waarom zou je mensen, die het goede woord spreken, het zwijgen moeten opleggen? Ook al hebben ze niet de voorgeschreven procedure doorlopen: ze doen wat gedaan moet worden. Ze doen wat goed is. Daar moet je niet moeilijk over doen, daar moet je verheugd over zijn!


Ook in het evangelie horen we over een gevalletje scherpslijpen. Iemand die Jezus niet volgt, drijft in zijn naam duivels uit. Ja, zegt Johannes, dat kan natuurlijk niet. Ja, zegt Jezus, dat kan natuurlijk wel. En daarmee geeft Jezus blijk van een open mind, van de bereidheid om waardering te hebben voor wat er in onze wereld aan goeds gebeurt. Ook als dat niet uitdrukkelijk als leerling van Jezus wordt gedaan. Het is eigenlijk heel simpel, zegt Jezus: wie niet tegen ons is, is voor ons. Een bundeling dus van alle krachten ten goede levert meer op dan het scherp afgrenzen van: jij hoort wel en jij hoort niet bij ons.

Radicaal

Het stellen van grenzen, het afbakenen van een territorium en van bevoegdheden moet volgens Jezus op een geheel andere wijze plaats vinden. En hij gaat daarin heel ver. Hij pleit voor een radicale houding, die best kan afschrikken. Hij zegt eigenlijk: je hoort niet bij mij, je kunt niet meedoen met mijn programma, als je bijvoorbeeld een eenvoudige mens – die op zijn eenvoudige manier, maar van harte in mij gelooft – aanleiding geeft om van zijn geloof af te wijken. Als je zoiets doet, dan zou het beter voor je zijn om met een molensteen om de nek in zee geworpen te worden.

Wat zou Jezus dan kunnen bedoelen met deze radicale woorden? Ik gebruik met opzet maar dat woordje 'radicaal', want dat betekent letterlijk: met wortel en al. En dat is precies wat Jezus bedoelt: dat je het kwaad, dat je ook je kortzichtigheid met wortel en al moet aanpakken. Anders gezegd: het gaat erom dat je probeert om de oorzaken van het kwaad, van onwil en uitsluiting te bestrijden. En laten we eerlijk zijn: vaak liggen die oorzaken gewoon bij jezelf. Alleen: je wilt je meestal niet ervan bewust zijn.

Hokjes

Goed beschouwd is het een menselijke eigenaardigheid van alle tijden. Want wat Johannes in het Nieuwe Testament doet, en Jozua in het Oude, dat is iets waar we ons op gezette tijden allemaal schuldig aan maken. We plaatsen een mens in hokjes, voorzien hem van een duidelijk etiket en we denken dan dat we de persoon in kwestie in onze macht kunnen krijgen. Op die manier wordt de ander gevormd naar ons beeld en gelijkenis. We laten hem beantwoorden aan onze verwachtingen, maar vragen niet naar wie hij werkelijk is. We geven hem gewoon de kans niet! En als we heel eerlijk zijn, dan betekent het uiteindelijk, dat we de ander het geloof in zichzelf niet gunnen.

Dat is nogal wat: de ander niet toestaan te geloven in zichzelf. Dat is nogal wat: de mogelijkheden en talenten van de ander buiten spel zetten, gewoon omdat het jou niet goed uitkomt. Vaak besef je niet eens dat je op zo'n manier bezig bent: liefdeloos – tot in de wortel. En precies daarom gebruikt Jezus zulke radicale woorden. Hij wil duidelijk maken dat je de ander ruimte moet laten, ruimte om zichzelf te kunnen zijn en ruimte om het goede te doen. Ruimte dus om op eigen wijze bij te dragen aan het naderbij komen van Gods koninkrijk, aan het programma waar Jezus voor gaat.

Open minded

In de afgelopen weken is er veel discussie over het toelaten van vluchtelingen in ons land en in andere Europese landen. Er zijn mensen die het niet goed uitkomt, dat wie op zoek is naar een veilig heenkomen, aan onze grenzen staat. Ik denk dat daarbij de angst een rol speelt: voor een onbeheersbare toestroom van mensen, voor bedreiging van de eigen Nederlandse identiteit, voor gebrek aan geld dat niet meer aan de zorg voor onze dementerende en behoeftige ouderen besteed kan worden. In zekere zin kan ik die angst ook wel begrijpen. Maar tegelijk zou het een slechte zaak zijn als we ons laten regeren door de angst. Als we dat zouden doen, dan is het de liefdeloosheid, de onbarmhartigheid die bepaalt wat er in ons land gebeurt.

Van ons wordt nu juist, zoals Mozes en Jezus ons laten zien, een open mind gevraagd. De bereidheid om een beetje in te schikken en ruimte te geven aan mensen die de hoop op een nieuwe toekomst nog niet helemaal zijn verloren. Er zijn in ons land vele initiatieven, die aantonen dat de vluchtelingen in Nederland worden ondersteund. Gelukkig maar! Ook als dat niet allemaal gebeurt onder de merknaam christelijk.