zondag 16 augustus 2015

Wijze mensen

Overweging op de 20e zondag door het jaar (jaar B)

Lezingen: Spreuken 9,1-6; Johannes 6,51-58

Menselijke deugden en ondeugden worden in oude literatuur en in middeleeuwse toneelstukken vaak voorgesteld als personen. Zo kennen wij bv. ook Vrouwe Fortuna, die het geluk voorstelt, of Vrouwe Justitia, die staat voor de rechtvaardigheid.

In de heilige Schrift wordt de wijsheid dikwijls verbeeld als een vrouw. Zo vertelt vandaag de eerste lezing over Vrouwe Wijsheid, die haar huis gastvrij heeft opengezet. Zij nodigt mensen uit om bij haar aan tafel te komen: 'Eet van mijn brood en drink van mijn wijn; laat je onverstand varen en zie wijze mensen te worden', zo zegt zij.

De bijbel spreekt in de eerste lezing van vandaag over levenswijsheid. Die doe je niet allereerst op uit boeken. Ze is vooral een resultaat van ervaring. Wat wij van anderen leren en wat wij zelf meemaken aan lief en leed, en hoe wij daaraan in ons leven een plek weten te geven, dat maakt ons levenswijs. In de eerste lezing vraagt Vrouwe Wijsheid ons, dat wij ons voeden met de dingen waarvan wij echt wijzer, levenswijs worden.


Gevoed worden

In dezelfde geest vraagt Jezus ons, als wij tenminste wijs willen worden, dat wij ons voeden met Hem. Hij vraagt dat overigens in woorden die wij nu nog maar moeilijk kunnen verstaan: 'Ik zeg u: als u het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven'.

Misschien kunnen we het zo verstaan, dat Jezus wil zeggen: 'Ik wil helemaal in jullie opgaan; en Ik vraag dat jullie helemaal opgaan in Mij.' De kern van deze evangelietekst is: Wie zich voedt met Jezus Christus, kan er langere tijd tegen; zo iemand heeft echte toekomst, zit op het juiste spoor, gaat voor kwaliteit. Wie zich voedt met Jezus Christus heeft oog voor wat er werkelijk toe doet, is bereid om barmhartigheid en gerechtigheid tot richtsnoer in zijn leven te nemen.

In alle tijden, maar zeker ook vandaag de dag, worden wij mensen gevoed – misschien beter gezegd: overvoerd – met ondeugdelijk voedsel, met quasi levenswijsheden. Het volk wil brood en spelen, wisten de keizers van het oude Rome al. Een volle maag en op z'n tijd een verzetje hielden het volk rustig. En zo lijkt het nog steeds te gaan. Nogal wat mensen zijn dik tevreden als ze op tijd hun natje en droogje maar hebben, een eigen huis, een mooie wagen, en niet teveel gezeur van anderen aan hun hoofd.

Gegeven brood

Begrijp me alstublieft niet verkeerd, ik gun iedereen van harte alle dingen die het leven aangenaam kunnen maken. Maar het is niet goed, als wij geen aandacht besteden aan de eigenlijke levensvragen, als wij nooit verder kijken dan de waan van de dag. Het is niet goed als wij onszelf en anderen voor de gek houden met geluk dat niet echt is, als wij te zeer aan de oppervlakte leven en ons laten overvoeren door bv. hebbedingetjes. Jezus Messias zegt ons: 'Ik ben het brood om van te leven. Wie zich voedt met het brood dat Ik ben en met het woord dat Ik spreek, heeft eeuwig leven'.

Er zijn ook mensen die zelf brood bakken. Wanneer je zo'n zelfgebakken brood mag ontvangen, krijg je meer dan een combinatie van bloem en water en gist. In dat brood zit ook de zorg en de aandacht van de ander, en dat proef je... Zo'n gegeven brood drukt ook iets uit van de relatie tussen de gever en de ontvanger. Als je van dat brood eet, word je niet alleen door het brood gevoed, maar ook door die relatie, door de aandacht en de liefde van de ander. En inderdaad leeft een mens niet van brood alleen, maar ook van goede zorg en van lieve woorden en daden.

Ook het brood dat we in de kerk met elkaar delen, vertelt over de verbondenheid tussen mensen onderling en tussen mensen en God. Wie er van neemt, maakt duidelijk dat hij gevoed wil worden door het leven van Jezus, door zijn woorden en daden.

Wijze mensen

Het brood in de kerk voedt ons met de liefde die God voor mensen wil zijn, en omdat we er samen van breken en delen verbindt het ons met elkaar: voedt het ons met de aandacht die we aan elkaar willen geven. Het overstijgen van de ik-gerichtheid, het jezelf openstellen voor de nabijheid van mensen en voor het levensgeheim dat God is: dat is eeuwig leven.

Wij hebben de neiging om de uitdrukking 'eeuwig leven' te verstaan als een term die iets uitdrukt van de tijd. We vatten het op als 'voor altijd, tot in het oneindige'. Ik zou de uitdrukking liever zien als een aanduiding van kwaliteit. Het gaat om wat er in ons leven werkelijk toe doet: liefde, barmhartigheid, dat mensen elkaar toegenegen en toegewijd zijn. Dat mensen bereid zijn om anderen tot hun recht te brengen. Dat zijn de dingen die ertoe doen, de dingen die pas echt toekomst geven. Dat is de wijsheid die ons verder helpt en die mensen nader tot elkaar brengt. De wijsheid die ons ook nader tot God kan brengen. Als wij daaraan gehoor geven, dan worden wij mensen die hun onverstand laten varen en proberen om wijze mensen te worden.