zondag 23 augustus 2015

De gulden regel

Filmrecensie van Departures (2009)
Regie: Yojiro Takita

Het leven van Daigo Kobayashi komt helemaal op zijn kop te staan, wanneer het orkest waarin hij cello speelt wordt opgeheven. Zijn veel te dure instrument hij moet verkopen, en met zijn vrouw Mika keert hij terug naar het dorp waar hij is geboren en opgegroeid. Op zoek naar een bron van inkomsten vindt hij onverwacht een baan bij een uitvaartverzorger. Maar voor zijn vrouw verzwijgt hij wat voor soort werk hij doet.

Dit is het kader van het soms komische, vaak ook ontroerende verhaal, waarin Gaido wordt geconfronteerd met verschillende wijzen van omgaan met de dood. En tegelijk leert hij ook begrijpen wat het lot hem op zijn eigen levensweg wil bijbrengen. Steeds opnieuw moet hij vertrekken (vandaar de titel?) vanuit een onzekere situatie om een volgende stap te zetten in zijn persoonlijke ontwikkeling en in zijn spirituele groei. Teruggaan naar zijn wortels blijkt voor Daigo de manier om te ontdekken, hoe zijn verhouding is geweest tot zijn vader.


Herinnering

In zijn geboortedorp nemen Daigo en Mika hun intrek in het voormalige café dat zijn moeder dreef tot haar dood. Voordat zijn vader wegging bij zijn moeder was hij degene, die het café met klassieke muziek tot een lokale ontmoetingsplek had gemaakt. Daigo's vader heeft hem de liefde voor de cello bijgebracht, maar Daigo heeft geen enkele herinnering aan hem. Hij kan het niet verkroppen, dat zijn vader met een andere vrouw ervandoor is gegaan.

Ondertussen leert Daigo – door het grote geduld en de toewijding van zijn baas – de ceremonies beheersen, waarmee de doden volgens de rijke Japanse tradities worden verzorgd voor hun laatste reis. Ook hier ligt een verklaring voor de titel van de film: de doden vertrekken uit deze wereld naar een beter leven. De eerbied waarmee de doden worden bejegend en de zorgzame piëteit die spreekt uit de rituele handelingen, vormen misschien wel de mooiste scènes uit de film. De waardering die de ceremoniële dodenverzorgers krijgen van de nabestaanden staat in schril contrast met de lage maatschappelijke erkenning die ze krijgen voor hun werk.

Keuze

Als Mika tenslotte ontdekt op welke wijze Daigo zijn brood verdient, stelt ze hem voor de keuze: hij moet ander werk zoeken of zij gaat bij hem weg. Daigo vindt, dat hij geen onoorbaar werk doet, ondanks dat anderen erop neerzien. In het badhuis ontmoet hij een vroegere vriend, die de zoon is van de eigenaresse van het badhuis. Ook deze vriend maakt hem duidelijk, dat het werk als verzorger van doden geen pas heeft.

Later komt Mika terug naar hun gezamenlijke huis met het nieuws, dat ze in verwachting is. Het toeval wil dat Daigo de eigenaresse van het badhuis moet verzorgen met de laatste rituelen. Mika is – op verzoek van haar man – daarbij aanwezig, en ziet met welke toewijding Daigo zijn werk doet. Ze begrijpt dan pas, hoeveel het werk voor hem betekent.

Vader

Dan komt er een bericht, dat Daigo's vader is overleden. Hij blijkt al jaren te wonen en te werken in een vissersgemeenschap, waar hij veel respect van zijn collega's geniet. Het verhaal dat hij een andere vrouw had toen hij weg ging bij Daigo's moeder blijkt niet te kloppen. De plaatselijke dodenverzorgers denken snel klaar te zijn met hun klus. Maar dan neemt Daigo de taak op zich om het lichaam van zijn vader te verzorgen op eerbiedige manier, waarop hij dat ook doet voor andere overledenen. Tijdens deze ceremonie komen ook de herinneringen terug. Het gezicht van zijn vader, zoals hij vroeger was, komt hem weer voor de geest. Hij beseft, dat zijn wrok tegenover zijn vader misschien wel terecht was, maar nu van geen betekenis meer is. Hij verzoent zich met het verleden om zo te kunnen werken aan zijn eigen toekomst.

Eerbied

Uit de manier waarop de doden worden volgens de Japanse tradities worden verzorgd spreekt een grote eerbied. Deze eerbied voor de doden correspondeert met een grote eerbied voor de levenden. Dat is misschien wel de reden, waarom Daigo consequent ervoor kiest om zijn werk te blijven doen, ondanks de minachting van mensen uit zijn omgeving. En door deze consequente eerbied is hij wellicht ook in staat om de wrok tegenover zijn vader tenslotte los te laten. Hij realiseert zich dat de gulden regel van vrijwel alle religieuze en humanistische tradities ook op hemzelf van toepassing is: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.