zondag 28 juni 2015

De boodschap blijft inspireren

Interview met Carine Neijzen
in de serie Graven naar geloof

Behalve met een hartelijke handdruk van haar man Dick word ik enthousiast welkom geheten door Uva, het hondje dat Carine Neijzen en haar partner hebben geadopteerd vanuit een asiel in Spanje. Speels, aanhankelijk en nieuwsgierig dartelt het beestje om mij heen. Maar als Dick vervolgens met Uva gaat wandelen, is er alle ruimte om nader kennis te maken met Carine. Ik ken haar voornamelijk als secretaris van de Caritas. Maar ik ben toch vooral geïnteresseerd in de achtergronden van haar keuze om bijna twintig jaar in Afrika te werken.

'Vanaf mijn tiende levensjaar heb ik al gezegd, dat ik dat wilde. Mensen als Albert Schweitzer en pater Damiaan waren voor mij heel inspirerende figuren. Hun levensverhalen werden verteld op de lagere school en ook op de katholieke middelbare school in Amsterdam, waar in ben geboren en opgegroeid. Ik had eerst het idee om als verpleegster te gaan werken, maar uiteindelijk ben ik toch op het spoor gezet om medicijnen te studeren. Na de basisopleiding heb ik nog drie jaar nodig gehad om de tropenopleiding, chirurgie en verloskunde te doen. Ik was negenentwintig toen ik voor Memisa in Oeganda kon beginnen.

Aantrekken

De politieke situatie was verre van stabiel, zo kort na het afzetten van de dictator Idi Amin. Daarom ging ik werken in het Mutolere Hospital in Kisoro, dat zo ver mogelijk van de hoofdstad Kampala verwijderd lag. Het was vlak bij de grens met Congo en Rwanda. Het eerste contract in het ziekenhuis, dat werd geleid door zusters van Mater Dei uit Breda, gold voor drie jaar. Uiteindelijk ben ik zeven jaar gebleven. Daarna ben ik voor twee jaar terug gekomen naar Nederland om de huisartsenopleiding te doen en te werken.

Maar Afrika bleef aan mij trekken. Ik ging terug om te werken als Memisa-arts in Virika Hospital in Fort Portal, dat noordelijker lag dan mijn eerste plek. Het ziekenhuis daar werd op een gegeven moment compleet verwoest door een aardbeving. Er kwam al snel geld vrij van Memisa en van het Duitse Misereor. Het ziekenhuis werd herbouwd door Dick Wunsch, die destijds de leiding had over een technische school. Hij was lid van de Congregation of Holy Cross. Uit de samenwerking is een vriendschap ontstaan en later een mooie relatie. Voordat we aan dit laatste wilden toegeven, heb ik nog drie jaar gewerkt in het Nyabibale Hospital. Dat gaf ons de tijd om uit te zoeken, of onze relatie duurzaam zou zijn. In het laatste ziekenhuis heersten veel spanningen door de aanwezigheid van rivaliserende Huti's en Tutsi's.

Rechtvaardigheid

Terug in Nederland zijn Dick en ik getrouwd. Nadat hij dispensatie had gekregen van zijn priesterlijke functies is het huwelijk ook kerkelijk ingezegend. Ik wilde graag gaan werken voor ouderen en voor mensen in terminale omstandigheden. Daarom heb ik in Nijmegen twee jaar specialisatie ouderengeneeskunde gedaan. Via de tip van een vriendin kwam ik in aanraking met de vacature in Verpleeghuis Cornelia Allevo. Zo heb ik nog dertien jaar gewerkt in Zierikzee. En nu ben ik sinds kort met pensioen.

In mijn werk ben ik erg geïnspireerd door de gedachte, dat geloof vooral iets is om in praktijk te brengen. Waar het binnen mijn mogelijkheden ligt, wil ik graag iets doen om sociale ongelijkheid te verminderen. Mensen in Afrika, ook al hebben ze minder te besteden, hebben net zoveel recht op medische zorg als mensen hier. Mensen als Huub Oosterhuis en pater Jan van Kilsdonk hebben mij erg geboeid in mijn studietijd. Juist hun inzet voor sociale rechtvaardigheid sprak mij sterk aan. En ook hun aanhoudende pogingen om de kerk bij de tijd te brengen.

Inspirerend

Wat mij betreft zou de kerk veel meer moeten mee evolueren met de noden van deze tijd. De kerk in Afrika is, vind ik, veel sterker geworteld in de eigen cultuur. Dat zou hier in Nederland, in Zeeland, misschien ook meer moeten gebeuren. De kerk zal niet verdwijnen uit onze samenleving, maar ze moet wel veranderen. Want de boodschap, het evangelie, blijft mensen inspireren. Daarom zou er vanuit de kerken nog meer aandacht moeten zijn voor de actuele noden in onze samenleving: asielzoekers, vluchtelingen, mensen die onthecht zijn, kwetsbare mensen in verpleeghuizen.

Die instelling is ook de basis voor mijn betrokkenheid bij de Caritas. Er wordt veel goed werk gedaan, op allerlei terreinen. Toch zou ik soms willen, dat we meer nog naar buiten zouden treden. Over de eigen muren heen kijken. Als iemand in nood zit, is het niet allereerst belangrijk of die persoon wel tot onze kerk behoort. Het gaat erom of die mens geholpen kan worden, hoe dan ook. Zoals in het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Dat is en blijft het inspirerende van de evangelische boodschap.'