zondag 24 mei 2015

Taal waarop de wereld wacht

Overweging op Pinksteren (jaar B)

Lezingen: Handelingen 2,1-11; Johannes 15,26-27;16,12-15

Hij is er in vele maten en soorten: de wind. Je hebt de verkoelende avondwind na een warme zomerse dag, maar ook de razende stormwind die behoorlijk schade aanricht. Je hebt de tegenwind die extra inspanning van je vergt om je bestemming te bereiken of de wind in de rug die je bijna als vanzelf vooruit doet gaan. Je hebt de verfrissende wind, die de hemel schoonveegt na een regenbui en je hebt het bijna geruisloze gefluister van de wind die de aren zo mooi doet wuiven op het veld. Hij is ongrijpbaar, niet te beïnvloeden, maar eigenlijk altijd aanwezig: soms onmerkbaar, soms zeer expliciet.

Niet tastbaar, wel present

Hoe mooi en toepasselijk is daarom het beeld van de wind als aanduiding van de Geest, die vaardig wordt over de leerlingen van Jezus. Want ook die Geest is ongrijpbaar, maar eigenlijk steeds aanwezig: soms onmerkbaar, soms heel expliciet. Het is deze Geest, die wij heilig noemen en die Jezus aan zijn leerlingen heeft toegezegd voor de tijd, waarin hij niet meer in hun midden aanwezig zal zijn. De heilige Geest is zogezegd de erfenis, die Jezus nalaat nadat hij zijn plaats bij de Vader heeft ingenomen.


Wanneer wij zeggen, dat we handelen in de geest van een dierbare overledene, dan proberen we onze daden te ijken op wat de gestorvene gewild of gedaan zou hebben. We weten het niet met absolute zekerheid, maar we stellen ons voor hoe hij of zij het gewenst zou hebben. Zo is de dierbare in de geest toch nog aanwezig in ons doen en laten. Niet meer tastbaar, maar wel present.

Erfenis

Daarom is de heilige Geest, als nalatenschap van Jezus, misschien wel het grootste geschenk dat wij van hem hadden kunnen krijgen. Want niet alleen de leerlingen toen, maar ook wij zijn de erven van Jezus. En ook van ons wordt gevraagd om te spreken en te zwijgen, te doen en te laten in zijn geest. De geest van Jezus, zeg maar zijn mentaliteit, zijn manier van leven, inspireert ook ons om in zijn voetsporen te treden. De geest wijst ons de weg terwijl Jezus niet meer fysiek in onze wereld aanwezig is. Daarom noemt Jezus in het evangelie de Geest ook de Helper. Hij wijst immers de weg; hij moedigt ons aan en stuurt ons bij; hij is aanwezig als wind in de rug of soms ook als tegenwind. De heilige Geest is de Helper, die ons inspireert, die ons adem en ruimte geeft, die ons aanvuurt om onze angsten te overwinnen.

Wat er kan gebeuren, als wij onze angsten opzij weten te zetten, dat wordt mooi verbeeld in het verhaal uit de Handelingen van de Apostelen. De wind en ook het vuur maken een enorme bezieling los bij de leerlingen van Jezus. Hun enthousiasme en hun vreugde zijn zo groot, dat ze niet langer kunnen zwijgen. Ze moeten vertellen over wat ze met Jezus hebben meegemaakt en over Gods grote daden. Ze moeten doorvertellen, dat de schandelijke executie van Jezus niet het einde is, maar dat hij verder leeft in de herinnering en in de daden van zijn volgelingen. En het wonderlijke van die gebeurtenis in Jeruzalem is, dat iedereen het verstaat. Iedereen snapt het. Wat de leerlingen te zeggen hebben, wordt niet belemmerd door taalbarrières. Het is een universele taal, die ze spreken. Het is de taal van enthousiasme, van liefde, van respect. Het is de taal van het hart, van hoop, van geloof.

Toewijding en inzet

Het is een taal, die we vandaag beluisteren in de eenvoud en de toegankelijkheid van paus Franciscus. Maar de taal van het hart horen we ook in de toewijding waarmee leerkrachten op school hun beste vermogens inzetten om jonge mensen op weg te helpen naar hun toekomst. De taal van het hart beluister je ook in de bezieling waarmee een zanger of muzikant een mooi muziekstuk vertolkt. De taal van het hart spreekt uit de inzet en overgave waarmee een stratenmaker een mooi stoepje neerlegt, of uit de uitgelaten lach van een kind dat geniet van een leuk konijn. De taal van het hart spreekt uit de liefdevolle zorg van kinderen voor hun bejaarde en hulpbehoevende ouders, maar ook uit de respectvolle ruimte die ouders aan hun kinderen geven om hun eigen weg te vinden in het leven.

De taal van het hart krijgt de ruimte in de verhalen uit het evangelie en uit de Handelingen. Dat is wat wij mogen vieren op dit Pinksterfeest: dat de leerlingen, en dat wij, de geest krijgen. De geest die ons bezielt, de heilige Geest, die ons aanvuurt en gaande houdt. De geest die ons aanspoort om ons niet  op te sluiten in angst en benauwenis. De geest die ons op weg zet om niet teveel te kijken naar wat geweest is, maar die ons richt op wat komt, op nieuwe mogelijkheden, nieuwe ontmoetingen.

De taal waarop de wereld wacht

De taal van het hart kan – , sterker nog: de taal van ons hart moet ons op weg zetten om als kerkgemeenschap niet opgesloten te blijven in ons eigen kleine kringetje. Wij moeten niet blijven afwachten tot de mensen weer naar ons toe komen, naar de kerk. Nee, wij moeten erop uit, naar de mensen toe, wij moeten laten zien dat ons geloof en onze bezieling betekenis heeft voor de wereld waarin wij leven. Wij moeten laten zien, dat de taal van het hart de taal is, waar de wereld op zit te wachten.

En dan zou het zomaar kunnen gebeuren, dat de mensen zeggen: 'Maar zijn allen die daar spreken geen christenen? Hoe komt het dan dat ieder van ons hen hoort spreken in zijn eigen moedertaal? Amsterdammers en mensen van 's-Heerenhoek, inwoners van Answest en bewoners van de Brabantse zandgronden, mensen die wonen in Heinkenszand en mensen afkomstig van de Limburgse lössgronden, mensen uit Overijssel en uit Rwanda, Israëli's en Palestijnen, boeren en buitenlui, wij horen hen – in de taal van het hart – spreken van Gods grote daden'.