donderdag 14 mei 2015

In de wolken

Overweging op Hemelvaart
bij de oecumenische viering in 's-Heer Arendskerke

Lezingen: Handelingen 1,4-11; Johannes 17,9-11

Precies tien dagen geleden hebben wij de doden herdacht die gevallen zijn in en sinds de Tweede Wereldoorlog. Wij roepen hun namen, hun levens terug in onze herinnering, omdat wat zij deden nog steeds van betekenis is voor ons, vandaag. Ook als een dierbare uit ons midden is overleden, helpen de herinneringen ons om haar of zijn betekenis voor ons, vandaag, levend te houden. En vaak roept de ene herinnering de andere op. Herinneringen zijn dus belangrijk om iets of iemand betekenis te geven voor nu. Herinneren wil dus niet alleen zeggen: terug gaan naar het verleden; herinneren helpt ons ook verder op onze levensweg. Herinneren is: terugkijken om vooruit te kijken. De herinnering geeft kracht om door te gaan.

Het verhaal waarin verteld wordt, dat Jezus werd opgenomen in een wolk is ook zo'n verhaal. Zijn vrienden kunnen de gedachte aan hem maar niet loslaten, zoals je de gedachte maar niet kunt loslaten aan een geliefde die gestorven is. Maar in de verhalen die ons in de afgelopen weken zijn verteld hebben ontmoetingen plaatsgehad tussen Jezus en zijn vrienden. Zijn dood blijkt niet het einde te zijn van de hoop, die hij tijdens zijn leven heeft gewekt bij veel mensen. Maar vandaag is er een moment aangebroken, zo vertelt het verhaal, dat Jezus terugkeert naar de Vader. Opgenomen in een wolk, zo staat er.


Overeenkomsten

De wolk is – in bijbelse taal – van oudsher teken van Gods aanwezigheid bij de mensen. Denk aan de wolkkolom uit het verhaal van de uittocht (Exodus 13,21-22), denk aan de stem uit de wolk in het verhaal over de gedaanteverandering op de berg. En nu we het toch hebben over het verhaal van de gedaanteverandering (Lucas 9,28-36): er zijn opvallende overeenkomsten tussen dat verhaal en het verhaal van Jezus' hemelvaart. Kijk, daar heb je het weer: de ene herinnering roept de andere op.

In beide verhalen is niet allen sprake van een wolk, maar ook van een misverstand en een terechtwijzing. Eerst maar het misverstand. Bij de gedaanteverandering vraagt Petrus; 'Heer, zullen wij drie tenten bouwen?' Vandaag is de vraag: 'Heer, gaat u het koningschap over Israël herstellen?' Het zijn vragen die niet verder lijken te reiken dan het aardse, het zichtbare en tastbare. De ambitie van de leerlingen beperkt zich tot wat je kunt vasthouden. De terechtwijzing in het eerste verhaal ligt in het commentaar van de evangelist: Petrus wist niet wat hij zei. In het tweede verhaal spreekt Jezus zelf de terechtwijzing uit: 'Het is niet jullie zaak om dit te weten.'

Aan de slag

Maar er is nog een overeenkomst tussen de twee verhalen. Op de berg zijn het Mozes en Elia, de grote representanten van de Thora, van de Wet en de profeten, die Jezus vergezellen. Ook vandaag zijn er twee mannen in het spel, gekleed in witte gewaden, weliswaar niet nader aangeduid, maar zij wijzen de leerlingen op hun aardse opdracht. Zoals ook Petrus, Jakobus en Johannes destijds van de berg weer moesten afdalen om terug te keren naar de taak die hen op aarde – down to earth – wachtte. En het verhaal van Jezus' hemelvaart wordt afgesloten met een zin, die wij vandaag niet hebben gelezen: Toen gingen ze van de berg naar Jeruzalem terug. Ook hier dus: down to earth.

Zo is het verhaal van de gedaanteverandering een preludium, een voorspel op het verhaal van hemelvaart. Maar in beide verhalen komt het erop neer, dat de leerlingen – met het onvermoede, maar hartverwarmende visioen in herinnering – zich op weg begeven om aan de slag te gaan. Met beide benen op de grond (dus met oog voor wat er in de wereld speelt, maar met de goede herinnering in je hart) de handen uit  de mouwen steken.

Wat nodig is

En daarbij mogen de leerlingen, mogen wij ons gedragen weten door het gebed van Jezus, zoals we dat hebben gelezen uit het Johannesevangelie. 'Ik bid voor hen, die u aan mij hebt toevertrouwd. Ik blijf niet langer in de wereld, maar zij blijven in de wereld.' In het besef, dat hij terugkeert naar de Vader, bidt Jezus voor ons die met beide benen op de grond moeten blijven. Terwijl wij, zeg maar, met de poten in de klei moeten staan, mogen wij – bij onze arbeid en vaak moeizame inzet – ons gesterkt weten door zijn aanhoudende gebed.

Zo wijst het gebed van Jezus zelf, zo wijst ook het verhaal van Jezus' hemelvaart ons op hoe wij onze aandacht moeten richten op waar het werkelijk op aankomt. Want geloven in God, geloven in Jezus houdt geen stand door naar de hemel te blijven staren. Het houdt pas stand (en het wordt ook gevoed) door onze blik te richten op de aarde waarop wij wonen, en op de mensen die onze levensweg kruisen. Ook wij moeten, net als de leerlingen, een beweging maken om onze kijkrichting te veranderen: van verticaal naar horizontaal. De mensen en de aarde bepalen – vanuit ons geloof in de opstanding, vanuit ons geloof dat de dood het einde niet is – wat nodig is om dat geloof tot een tastbare realiteit te maken. Daar gaat het tenslotte om: dat het geloof geen zweverige hemelstaarderij is, maar een kracht die onze aardse realiteit stuwt en richting geeft. Het geloof zou ons in beweging moeten brengen.

In de wolken

En je ziet het ook gebeuren in de wereld waarin wij leven. Want waar mensen zijn vastgelopen in hun leven, daar kunnen wij met hen op zoek te gaan naar nieuwe wegen. Waar onderlinge verhoudingen zijn verstoord en verstard, daar kunnen wij met mensen op zoek te gaan naar zachtheid en nieuwe openingen. Waar mensen worden getroffen door ziekte of teleurstelling, door onbegrip of achterdocht, daar kunnen wij met hen op zoek gaan naar troost, herstel, genegenheid en vertrouwen. En waar het uitgesloten lijkt, dat mensen nog tot elkaar zullen komen, daar mogen wij vasthoudend geloven – en bidden – dat het onmogelijke toch mogelijk zal blijken. Waar de aardse zorgen mensen als een zware last op de schouders liggen, daar mogen wij met hen op zoek gaan naar verlichting en naar onverwachte perspectieven. Daar kunnen wij vanuit ons geloof, vanuit de kracht van de herinnering aan Jezus' leven, sterven en opstanding laten zien, dat mensen – net als Jezus – bij God helemaal in de wolken kunnen zijn.