zondag 26 april 2015

Weerloos maar onverwoestbaar

Overweging op de 4e zondag van Pasen (jaar B)
Zondag van de roepingen

Lezingen: Handelingen 4,8-12Johannes 10,11-18

Misschien wat ongebruikelijk, maar met een gebed wil ik deze overweging beginnen. Het gebed past - denk ik - goed bij deze zondag van de roepingen:

Een weerloze Stem in onze oren ben Jij,
onbegrijpelijke en nabije God.
Onverzettelijk blijf Jij ons roepen
tot een manier van leven
waarin mensen voor elkaar
werkelijk mensen worden.
Dat wij oren mogen hebben voor jouw Stem,
dat bidden wij,
wij die vaak niet bij machte zijn
om te geloven,
en toch eindeloos op zoek naar Jou.
Dat wij niet gesloten blijven, niet doof.

Weerloze Stem in onze oren, ben Jij.

Nooit zul Je ons dwingen,
maar Je roept ons bij onze naam,
roept ons weg uit alles wat onecht is.

Onnaspeurbaar als de wind, ben Jij.
Onherleidbare Stem,
niet te doden Roepstem, ben Jij -
kwetsbare roep om liefde,
om eerbied voor mensen.

Laat ons ondervinden, meer en meer,
dat jouw Roepstem betrouwbaar is.


Krachtbron

Dit gebed kwam meer dan dertig jaar geleden op mijn pad. Het was gepubliceerd in een brochuurtje van het Bisdom Breda. Het gebed heeft mij geraakt en heeft mij richting gegeven. In al die jaren is dit gebed een uitdrukking geweest van waar ik in mij leven en werken naar wil streven. Maar het is ook een soort krachtbron, die mij op het spoor houdt als ik de moed dreig te verliezen of het spoor bijster raak.

'Een niet te doden roepstem is God, kwetsbare roep om liefde, om eerbied voor mensen.' Dat is voor mij de kern van het gebed, de kern ook van ons geloof – hoe wankel soms ook – in Jezus, die zijn leven geeft voor wie aan hem zijn toevertrouwd. Hoe kwetsbaar die roepstem is, werd zichtbaar in de brutale executie van Jezus zelf. Hoe kwetsbaar die roepstem is, wordt ook zichtbaar in genadeloze onthoofdingen waarover de wereld gruwt, in kille bezuinigingen die kennelijk onontkoombaar zijn, in onze overvolle agenda's die soms moordend zijn voor echte aandacht en oprechte zorg. Hoe kwetsbaar die roepstem is kunnen we bijna dagelijks ervaren in economische targets die gehaald moeten worden, bonussen die met bescherming van de wet zijn vastgelegd, in meer dan achthonderd vluchtelingen die reddeloos verdrinken op de Middellandse Zee, terwijl de wereld de andere kant opkijkt.

Veroverd

'Een niet te doden roepstem is God, kwetsbare roep om liefde, om eerbied voor mensen.' Maar elke keer moet die kwetsbare roepstem worden veroverd op de harde realiteit van iedere dag. Want het is niet gemakkelijk, niet vanzelfsprekend om als een goede herder te zijn voor mensen in je omgeving. 'Het is bijvoorbeeld niet gering als jij die dochter bent van die mevrouw die haar geheugen begint te verliezen. De kans is groot dat zij na verloop van tijd niemand meer herkent en dus ook jou niet meer als haar eigen dochter ziet. Dan kun je de neiging hebben je om te draaien en te vluchten en daarmee je moeder aan haar lot over te laten. Ineens ben je zelf dat kwetsbare schaap: degene die zorg en steun nodig heeft om de veranderde relatie met je moeder te accepteren en haar niet de rug toe te keren.' (1) En dan is het te hopen, dan kun je er misschien alleen nog maar om bidden, dat die kwetsbare roepstem om liefde en om eerbied voor mensen niet verloren gaat in jou. Daarom blijven wij bidden:

Weerloos maar onverwoestbaar

Een weerloze Stem in onze oren ben Jij,
onbegrijpelijke en nabije God.
Onverzettelijk blijf Jij ons roepen
tot een manier van leven
waarin mensen voor elkaar
werkelijk mensen worden.
Dat wij oren mogen hebben voor jouw Stem,
dat bidden wij,
wij die vaak niet bij machte zijn
om te geloven,
en toch eindeloos op zoek naar Jou.
Dat wij niet gesloten blijven, niet doof.

Weerloze Stem in onze oren, ben Jij.
Nooit zul Je ons dwingen,
maar Je roept ons bij onze naam,
roept ons weg uit alles wat onecht is.

Onnaspeurbaar als de wind, ben Jij.
Onherleidbare Stem,
niet te doden Roepstem, ben Jij -
kwetsbare roep om liefde,
om eerbied voor mensen.

Laat ons ondervinden, meer en meer,
dat jouw Roepstem betrouwbaar is.
Amen.
__________

(1) Liesbeth ter Elst, in: In uw Midden, 2015 nummer 4, p. 26