zondag 8 februari 2015

Onbezorgd...

Over het verschil tussen vorm en inhoud van geloven

Twee kleine mosterdzaadjes lagen in een grote bak gemoedelijk naast elkaar, te midden van honderdduizend andere zaadjes. Ze lagen te wachten tot ze in in de grond gestopt zouden worden om te ontkiemen.

Nu gebeurde het, dat het eerste mosterdzaadje geplant werd door een man, die de zaken in zijn leven gewoonlijk aanpakte als een realist. Hij liet zich geen knollen voor citroenen verkopen en baseerde zijn inschattingen enkel op wat hij zag. Hij maakte zich vaak grote zorgen over hoe de wereld in elkaar stak. Zijn vertrouwen in de medemensen kon je niet echt groot noemen. Hij hield niet van flauwekul en werkte hard, keihard om te voorzien in het onderhoud van zijn gezin. En hoe hij ook alles in het werk stelde om het mosterdzaadje te laten ontkiemen tot een grote, gezonde plant - er kwam niet veel meer uit de grond dan een armetierig, klein struikje.

Het tweede mosterdzaadje werd geplant door een man, die door veel mensen als een dromer werd beschouwd. Hij zag wel, wat er in de wereld allemaal verkeerd ging, maar hij liet zich daardoor zijn optimistische aard niet afnemen. Natuurlijk werd hij wel eens teleurgesteld, maar in de grond van de zaak had hij een stevig vertrouwen in andere mensen. Hij werkte hard, maar vond in zijn leven ook tijd voor pleziertjes en ontspanning. Een beetje naïef was hij, soms kwetsbaar, maar altijd overtuigd van de goede inborst van mensen. Het mosterdzaadje dat hij plantte, groeide uit tot een mooie, florissante mosterdstruik, waarin de vogels hun nesten bouwden en in de schaduw waarvan mensen konden uitrusten.


Kracht

Ik hoor steeds meer en steeds vaker, dat mensen zich zorgen maken over hoe het verder moet met leeglopende kerken, verminderde financiële middelen, vergrijzing van beroepskrachten en vrijwilligers, gebrek aan nieuwe aanwas. Het is een ontwikkeling, die ik niet kan of wil ontkennen. Een ontwikkeling, die ook mij zorgen baart. Maar ik wil graag verder en anders kijken, voorbij de zorgen. Zonder de cijfers te ontkennen, wil ik mij daarop niet blind staren. Het gaat ook niet allereerst om de cijfers. Het gaat om iets anders. Het gaat om hoe je geloof een kracht kan zijn om het in deze moeilijke situatie uit te houden. En dan kies ik voor de insteek van de twee de man, de dromer.

Of het dan iets gaat worden met mijn mosterdzaadje, dat weet ik niet. Nu nog niet. Misschien krijg ik de mosterdstruik wel nooit in volle bloei te zien. Maar of die mosterdstruik überhaupt tot bloei komt, is niet afhankelijk van mijn inspanningen. Zeker zal ik die inspanningen blijven leveren, want het geloof, de blijde boodschap van het evangelie, is mij lief. Maar hoe dat geloof vorm krijgt in onze dagen en in de nabije toekomst, dat kan ik nog niet overzien. Duidelijk is wel, dat het niet blijft, zoals het geweest is. De tijd van massaal gedeeld en erkend geloof (in de kerkelijke vorm zoals we het hebben meegekregen) hebben we achter ons gelaten. Dat wil niet zeggen, dat we ook de inhoud van ons geloof zullen los laten.

Resultaten?

Of het geloof ruimte zal krijgen in onze en de komende tijd, of dus de mosterdstruik tot bloei zal komen, dat is niet afhankelijk van mijn inspanningen. Ik kan mij zorgen maken over de vraag, of mijn inspanningen voldoende zullen zijn. Maar ik maak mij geen zorgen over de vraag, of dit streven tot de resultaten zullen leiden, die ik hoop of wens. Misschien leiden mijn inspanningen wel tot onverwachte, onvermoede, nieuwe en uitdagende resultaten, die in allerlei opzichten afwijken van de vorm waarin wij het geloof hebben gekend. En dan ben ik geneigd om dat te zien als een aanwijzing, misschien wel een vingerwijzing van God, die laat zien in welke richting wij verder moeten.

Klagen over wat niet meer is, helpt mij niet om mee te werken aan aan nieuwe toekomst voor het geloof van mensen. Uitzien naar wat kan gaan groeien, hopen op iets moois (ook al is het anders van vorm, niet zozeer van inhoud; ook al zijn de aantallen kleiner) - daarmee kan ik de toekomst met vertrouwen tegemoet gaan. Teveel zorgen staan mij daarbij in de weg. Daarom maak ik mij - over de vorm van hoe wij zullen gaan geloven - liefst maar geen zorgen.

Van paus Johannes XXIII wordt verteld, dat hij de zorgen om de kerk kon loslaten met de woorden: 'Heer, het is uw kerk. Ik ga nu lekker slapen.'