zondag 4 januari 2015

Een goede start

Overweging op het feest van de Openbaring des Heren (jaar B)

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,2-3a.5-6; Matteüs 2,1-12

Zo'n acht jaar geleden heeft de voormalige vicepresident van de Verenigde Staten, Al Gore, behoorlijk wat aandacht getrokken met de documentaire An Inconvenient Truth. Die ongemakkelijke waarheid ging over de desastreuze effecten voor ons leefmilieu door de opwarming van de aarde. Inmiddels is de impact van deze film al sterk verminderd. Maar dat betekent niet dat de boodschap eveneens minder waar is geworden of minder ongemakkelijk.

Glas-in-lood in de Benedictijnerabdij Keizersberg te Leuven (B)

Lekkere koning!

Een ongemakkelijke waarheid zit misschien ook verborgen in de lezingen van vandaag. Nog maar net hebben we de geboorte van het kind in Bethlehem groots gevierd, of de evangelist Matteüs verhaalt dat er zich al kraambezoek meldt. Buitenlanders nog wel! Mensen uit vreemde landen, met vreemde gebruiken en gewoonten. Mensen met een andere taal en een andere cultuur. Heidenen eigenlijk, ongelovigen. Nou oké, de herders waren er nog eerder. Dat zijn tenminste mensen uit het eigen volk. Die kun je in ieder geval nog verstaan. Maar ook deze herders zijn nou niet de gesettelde mensen van die tijd. Het zijn de mensen die het werk doen, dat niemand graag op zich neemt. Het zijn de mensen op wie gemakkelijk wordt neergekeken. En met de religieuze voorschriften nemen ze het ook niet zo nauw. Misschien zijn er onder hen ook wel enkele buitenlandse werknemers, wie zal het zeggen?



Maar vandaag dus onmiskenbaar buitenlands kraambezoek in Bethlehem. De mensen van de heersende klasse voelen zich er heel ongemakkelijk bij, vertelt Matteüs. Koning Herodes en heel Jeruzalem met hem schrokken zich bijna te pletter. Want stel je nou toch voor, dat Herodes niet langer koning kan kraaien. Met alle middelen moet dat voorkomen worden. En daarom stuurt hij de wijzen uit het oosten op pad met een spionage-opdracht. Dat levert uiteindelijk niets op, en daarom laat Herodes voor het gemak maar meteen alle pasgeboren jongens in Bethlehem en omgeving afslachten. Lekkere koning is dat!

Gigagroot

De buitenlandse gasten hebben na hun kraamvisite een andere weg genomen om naar hun eigen land terug te keren. Ze hebben geschenken achter gelaten voor moeder en kind, maar nemen ook iets mee naar huis: een hart dat is vervuld van overgrote vreugde. Soms kun je dat wel eens hebben: dat je blijdschap zo gigagroot is – het lijkt wel alsof je borstkas te klein is voor het ongeremde kloppen van je hart.

Dat soort vreugde hebben we ook beluisterd in de lezing uit de profeet Jesaja. Jeruzalem hoeft, anders dan in het evangelie, niet verontrust te zijn. De stad en zijn inwoners kunnen zich verheugen in het licht en de glorie, die God over hen zal laten stralen. De periode van duisternis, de tijd van ballingschap en boete in het buitenland, is voorbij. Teruggekeerd uit Babylon mag het volk van Israël zich verheugen in het herstel van zijn goede relatie met God. En ook hier zijn het – net als bij Matteüs – de buitenlanders, die met geschenken eer komen bewijzen aan Jeruzalem en zijn inwoners. Ook zij, de mensen die van verre komen, krijgen een plaats in de geschiedenis van God met de mensen. Ook deze vreemdelingen, deze mensen met hun andere taal en hun andere kledingstijl, met hun andere opvattingen en hun andere uiterlijk, deze mensen die door de Israëlieten worden beschouwd als heidenen, als ongelovigen – ook zij worden meegenomen in de overgrote vreugde, die Jeruzalem ten deel valt.

Geen alleenrecht

En alsof we het nog niet genoeg hebben gehoord, benadrukt ook Paulus het nog eens in de tweede lezing: 'dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn van de belofte door middel van het evangelie.' De grote vreugde van het evangelie, letterlijk: de blijde boodschap, – zo leert Paulus ons – is geen alleenrecht van wie zich christen noemt. Ook voor de heidenen, voor de ongelovigen, voor de mensen met een andere opvatting of cultuur, voor de mensen met een vreemde overtuiging en taal, ook voor hen is het goede nieuws van Jezus de Messias bestemd.

En dat kan voor ons, mensen die zich op een of andere wijze verbonden voelen met de kerk, met de gemeenschap die zich wil verzamelen rond Jezus en zijn evangelie, soms een ongemakkelijke boodschap zijn. Want het goede nieuws van het evangelie is ook bedoeld voor wie niet direct binnen ons gezichtsveld valt. Het is ook bedoeld voor mensen die in wagens wonen, voor de meeste jongeren die wij niet binnen de muren van de kerk zien. Het goede nieuws is ook bedoeld voor alleenstaande ouders met een uitkering, voor vluchtelingen uit Afghanistan, Somalië en Soedan, voor leden van motorclubs en sportverenigingen, voor televisiemakers en televisiekijkers. Het goede nieuws is bedoeld, ook voor wie nauwelijks nog verwachtingen heeft, voor mensen die zwaar depressief zijn of zwaar verslaafd, voor wie door het leven vlindert en voor wie een zware kar trekt. Het goede nieuws, dat liefde en barmhartigheid langer stand houdt dan machtsdenken en status verhogen, is bestemd ook voor Herodessen en IS-strijders, voor zwervers en kinderen die in armoede moeten leven. Het goede nieuws is bestemd voor …

Een goede start

Grote woorden, denkt u? Ja, misschien wel. Maar niemand is gehouden tot het onmogelijke. Laten we dan maar gewoon klein beginnen. Bij onszelf. Door ons eigen hart open te stellen voor dat goede nieuws, en voor ieder die naar goed nieuws verlangt. Dan bezorgt die ongemakkelijke boodschap ons toch een hart, dat overloopt van blijdschap. En laat dat kleine begin dan meteen maar een goede start zijn voor het nieuwe jaar.