zondag 30 november 2014

Geduld

De constatering dat we leven in een gejaagd tijdsgewricht zal weinig mensen verbazen. Overvolle agenda's dwingen ons om te rennen van de ene afspraak naar de volgende vergadering. Onze kinderen (en kleinkinderen) willen we zoveel mogelijk kansen bieden om zich te kunnen ontwikkelen. Daardoor staat de keukenkalender vol met hun verplichtingen inzake sport, cultuur en verjaardagsfeestjes. I want it all and I want it now, zong de legendarische rockband Queen in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat we voor een afspraak bij de specialist enkele weken – soms zelfs langer – moeten wachten, lijkt onvermijdelijk maar, zachtjes uitgedrukt, verre van leuk.

Die gejaagdheid, die veel mensen als onontkoombaar zijn gaan beschouwen, gaf misschien ook voeding aan de hoop op een snelle verandering in de houding van de kerk tegen over homoseksuele en gescheiden mensen. Op basis van de tussentijdse rapportage van de buitengewone bisschoppensynode, die van 5 tot 19 oktober werd gehouden in Rome, kopte de website www.katholiek.nl op 13 oktober: 'Vaticaan wil barmhartiger zijn voor homo's en gescheidenen'. Intussen is bekend geworden, dat het slotdocument van de synode op dit punt minder hoop rechtvaardigt op snelle wijzigingen. Niettemin heeft paus Franciscus aangegeven, het gesprek over deze onderwerpen te willen voortzetten in de synode die gehouden zal worden in oktober 2015.

Hoop en haast kunnen in de harten van mensen gemakkelijk samengaan, omdat ze de gewenste veranderingen liefst op korte termijn gerealiseerd willen zien. I want it all and I want it now. Heel begrijpelijk, maar de praktijk blijkt vaak weerbarstiger. Misschien is het beter om de deugd van de hoop te combineren met de deugd van het geduld. Er is een gevleugeld woord, dat zegt: 'Zij die geloven, haasten niet.' Het geeft aan, dat je vertrouwen moet blijven houden op de gewenste koerswijziging, maar dat de termijn waarop die gerealiseerd zal worden een langere adem vraagt.

Geduldig zijn, een lange adem hebben, je kalmte bewaren als de vervulling van je hoop nog uitblijft: het is in wezen een heel krachtige houding om te blijven uitzien naar wat nog moet komen. Het is een houding die wij als gelovige mensen, in de weken voorafgaand aan Kerstmis, oefenen in de verwachting van de geboorte van het Kind. Maar geduld is ook een krachtig instrument om ieder jaar opnieuw met Kerstmis te blijven uitzien naar licht in de duisternis, naar vrede waar onmin heerst, naar verzoening waar de haat in onze wereld allesoverheersend lijkt te zijn. En daarnaast is geduld ook een onmisbare zoekhulp om in kleine en soms kwetsbare gebeurtenissen de aankondiging te zien van wat ooit tot vervulling kan komen: vrede en gerechtigheid, verzoening en harmonie. Want grote dromen beginnen klein. En geduld is immers een vorm van volgehouden hoop, die de toekomst dichterbij hunkert.

zondag 23 november 2014

Het verschil maken

Overweging bij het hoogfeest van Christus, Koning van het Heelal (jaar A)

Lezingen: Ezechiël 34,11-12.15-17; Matteüs 25,31-46

Bezorgd om de zorg. Dat is wat veel Nederlanders ervaren. Behoorlijk wat mensen, die deels of geheel afhankelijk zijn van de zorg die anderen hen kunnen geven, verkeren in grote onzekerheid over ontwikkelingen in de nabije toekomst. De landelijke overheid treedt steeds meer terug, en de regelingen omtrent de zorg worden per 1 januari neergelegd bij de gemeenten. Maar die zijn daar vaak nog niet klaar voor. Er wordt bezuinigd op de thuiszorg, de jeugdzorg, het maatschappelijke werk, de medische zorg, en ook de cultuursector lijkt er niet aan te ontkomen. Om dat hele pakket aan bezuinigingen te kunnen verkopen, is de term 'participatiesamenleving' bedacht. We moeten meer voor elkaar gaan zorgen, en kunnen minder beroep doen op regelingen van de overheid.


Goede papieren

Net als veel andere mensen heb ik grote moeite met de snelheid, waarmee deze veranderingen tot stand moeten komen. Niet alleen de kwantiteit, maar vooral ook de kwaliteit van de zorg gaat op deze manier met sprongen achteruit. Tegelijkertijd zullen we ons moeten realiseren, dat het nemen van verantwoordelijkheid voor elkaar een gedachte is, die vanuit christelijk standpunt hele goede papieren heeft. Als christenen kunnen we het idee van de participatiesamenleving niet zonder meer aan de kant schuiven. De lezingen van vandaag laten daarover geen enkele twijfel bestaan.

zondag 16 november 2014

Eeuwig leven als kwalitatieve categorie

Filmrecensie van: The Tree of Life (2011)
Regie: Terrence Malick

In vele culturen en religies staat de levensboom voor wijsheid, kracht of leven als de godheid. In het eerste bijbelboek (Gen. 2,9) staat hij - als symbool voor het eeuwige leven - naast de boom van kennis van goed en kwaad. De vruchten van beide bomen zijn voor de mensen verboden, maar zij verkiezen het gebod, minstens ten dele, te negeren. Kennis van goed en kwaad krijgen mensen middels de vrucht van de ene boom, maar toegang tot het eeuwige leven wordt hen in de bijbelse scheppingsmythe ontzegd.

Het is in essentie onvermijdelijk, dat Terrence Malick in zijn bijzondere film het taboe op het eeuwige leven respecteert. Maar wel wil hij de verschillende wijzen onderzoeken van hoe mensen omgaan met goed en kwaad. Om daarmee misschien toch een doorkijkje te creëren op het eeuwige leven.

Natuur en genade

In de versie van de regisseur verschijnt de controverse tussen goed en kwaad in de keuze tussen natuur en genade. Dat dilemma is de dragende gedachte in deze onconventionele film. Daarmee is echter geen recht gedaan aan het beeldverhaal, dat vele lagen kent. In vaak poëtische beelden worden ook de verhoudingen verkend tussen micro- en macrokosmos, tussen mannelijk en vrouwelijk, tussen de oudere en de jonge generatie, tussen generatiegenoten (broers, vrienden), tussen het verlangen goed te leven en het kwaad dat ons overkomt. Meer nog dan de woorden (vaak fluisterend uitgesproken, als een innerlijke stem of een gebed) zijn het de impressionistische beelden, de gezichtsuitdrukking van de spelers, de filmische associaties die maken, dat je opnieuw en opnieuw het verhaal aan je ogen voorbij wilt laten gaan.