zondag 26 oktober 2014

Je centrum verleggen

Overweging op de 30e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Exodus 22,20-26; Matteüs 22,34-40

Connie Palmen is in 1991 doorgebroken met haar debuutroman De Wetten. Daarin gaat het over de liefdesrelaties die een vrouw heeft met verschillende mannen. In een interview heeft ze later gezegd: 'Liefde bestaat wel, in allerlei vormen, maar ze is niet zo vanzelfsprekend als ons wordt voorgespiegeld in de romantische literatuur. 't Is hard labeur, afzien. Onze ideeën over liefde en gevoelens zijn trouwens net zozeer aan mode onderhevig als kleren en automodellen. Neem nu de nadruk die tegenwoordig wordt gelegd op zelfontplooiing. Jezelf ten dienste stellen van anderen is er niet meer bij, je moet aan jezelf werken, eerst van jezelf houden voor je van een ander kunt houden... Flagrante onzin, toch. Je kunt volgens mij geen eigenliefde hebben zonder dat een ander je eerst bemind heeft.' (In: God en vitriool, p. 49, Prometheus Amsterdam 2005)

Dat lijkt mij een hele rake constatering. Je moet ontdekken wat het betekent, dat een ander jou lief heeft, voordat je van jezelf kunnen houden. Anders gezegd: pas als een ander jou accepteert met al je plus- en je minpunten, ben je in staat om ook jezelf te accepteren met je positieve en je negatieve kanten. Als een ander jou neemt zoals je bent, dan kun je ook jezelf nemen zoals je bent.

zondag 19 oktober 2014

Verlies en behoud

Filmrecensie van Whale Rider (2002)
Regie: Niki Caro

De traditionele cultuur van de Maori’s is een heel andere dan de onze, ook al hebben moderne westerse vindingen hun ingang gevonden hebben bij de bewoners van een verarmd dorp in Nieuw Zeeland. Desondanks zijn de mensen, hun gevoelens, frustraties, verlangens en ambities zeer herkenbaar. De verschillende spanningslagen in de film maken het verhaal tot een boeiend en ontroerend, heel menselijk drama.

Traditie versus modern leven

De eerste spanningslaag in de film is zichtbaar in de tegenstelling tussen de oude tradities en de kansen die het moderne leven te bieden heeft. De traditie vereist, dat het leiderschap overgaat van vader op zoon op kleinzoon. Maar juist daar is er een breuk met de wortels van het verleden. Als Pai geboren wordt, overlijdt haar moeder en haar tweelingbroertje tijdens de bevalling. De teleurstelling bij Koro, die haar opa is en ook de leider van de stam, is groot. Hij had gehoopt zijn leiderschap te kunnen overdragen aan Pai’s broer. En hij is niet bij machte te zien, dat Pai alles in zich heeft om de nieuwe leidster te worden. Zij is immers een meisje.

zondag 12 oktober 2014

Het feest móet doorgaan

Overweging bij de 28e zondag door het jaar (jaar A)

Lezingen: Jesaja 25,6-10a; Matteüs 22,1-14

Er zijn omstandigheden, waarin je geen enkele aanleiding kunt vinden om een feestje te bouwen. Bijvoorbeeld als iemand ernstig ziek is met nauwelijks uitzicht op herstel. Of als mensen te maken krijgen met de gevolgen van gestapelde bezuinigingen, waardoor ze nauwelijks kunnen rondkomen. Of als  oorlogsgeweld – zoals in Syrië – je verdrijft uit je land met niks om mee te nemen behalve de kleren die je aan hebt. Of ook wanneer je als politieke vluchteling maar niet kunt uitleggen aan de vreemdelingendienst, dat je leven niet meer zeker is, dan heb je weinig reden om een feestje te vieren.

De ban verbroken

De woorden van Jesaja, die we gehoord hebben in de eerste lezing, waren bestemd voor mensen die ook weinig reden hadden om een feestje te bouwen. Rond 540 voor Christus zijn de meeste Joden terug gekeerd uit de ballingschap in Babylonië. Gelukkig weer terug op hun eigen grond, maar het land is totaal verwoest. Wat ze nu aantreffen is chaos en vernietiging. Alles moet van de grond af aan weer opgebouwd worden. In die omstandigheden klinken de woorden van Jesaja: toch zal er feest zijn, een uitgelezen maaltijd met heerlijke gerechten en mooie wijnen. De ban van chaos en vernietiging zal verbroken worden en er zullen genoeg redenen zijn om werkelijk te feesten. Want de vernedering van de deportatie wordt vergeten, de huizen worden weer opgebouwd. De mensen zullen in vrede en voorspoed hun land kunnen bewonen, en God zal laten zien aan wiens kant Hij staat. En ook al zie je op dit moment geen enkele aanleiding om te feesten – aldus Jesaja – begin maar alvast met je daarop voor te bereiden. Want er moet gefeest worden, ondanks alles.

zaterdag 4 oktober 2014

Over de meetbaarheid van het goed doen...

We leven in een tijdsgewricht, waarin alles gemeten kan worden. Allerlei getallen vliegen ons om de oren: tweets per seconde, het aantal minuten dat door de thuiszorg besteed mag worden aan een douchebeurt, de recordopbrengst of juist de teleurstellende resultaten van een goededoelenloterij, de snelheid waarmee elementaire deeltjes tot een hoger energieniveau gebracht kunnen worden. Met al die getallen hebben we, zo wordt aangenomen, controle over de werkelijkheid. Meten is weten.

Zo worden ook criteria opgesteld om te bepalen of organisaties en instellingen voldoen aan de eisen
van de ANBI-status. Het moet immers wel duidelijk zijn, dat een Algemeen Nut Beogende Instelling inderdaad haar gelden verantwoord vergaart en beheert. De publieke verontwaardiging over directieleden van dergelijke instellingen, die op oneigenlijke wijze hun inkomen wensen te vermeerderen, is groot en terecht. Dit soort on-praktijken is niet alleen schadelijk voor het imago van de betreffende instelling, maar ook voor het banksaldo dat uiteindelijk ten goede moet komen aan het beoogde doel.