donderdag 25 december 2014

God zoekt óns

Overweging op het hoogfeest van Kerstmis

Lezingen: Jesaja 9,1-3.5-6; Lucas 2,1-14

Heb je dat nou ook wel eens? Je bent op zoek naar iets, dat je dringend nodig hebt – en je kunt het maar niet vinden. Bijvoorbeeld een recept van een hoofdgerecht dat je maar eens per jaar gebruikt of misschien wel een bepaalde foto. Hoe je ook zoekt, het komt niet boven water. Maar in al dat zoeken, kom je weer wel een foto tegen, die je al lang kwijt was, maar die toch heel dierbaar voor je is. Zo vallen je soms dingen in handen, waar je helemaal niet naar zocht, maar die toch heel bijzonder voor je zijn. Er zijn mensen die dit toeval noemen, maar anderen zeggen dan, dat het zo moest zijn. Het valt je letterlijk toe, het moest op je weg komen.

Met kerst zoeken wij momenten van harmonie en vrede in de wereld waarin wij leven. Ook in de loop van het jaar doen we dat, maar het lijkt wel alsof we er met kerst nog meer behoefte aan hebben. We zoeken naar momenten van gezelligheid en warmte, naar lichtpuntjes in het donker, naar sprankjes van hoop en rechtvaardigheid in onze wereld. En we doen er ook alles aan, om die positieve momenten dichterbij te halen en waar te maken. De gezamenlijke kerstmaaltijd, waar we graag van smullen en samen rond de tafel zitten; de verlichting die de laatste jaren al niet meer beperkt blijft tot de kerstboom maar ook buitenshuis duidelijk zichtbaar moet zijn; de acties als Serious Request waar we massaal aan mee doen of voor anderen misschien wel de bisschoppelijke Adventsactie – het zijn allemaal signalen van ons zoeken naar harmonie en licht, naar hoop en rechtvaardigheid. En misschien, misschien zijn het ook wel signalen van ons zoeken naar God in de wereld waarin wij leven.



Zichtbaar?

Want vaak vragen we ons af, waar God nou zichtbaar is in die wereld, waarin kinderen soms gepest worden tot ze uiteindelijk geen uitweg meer zien; een wereld waarin mensen gebukt gaan onder verstoorde relaties; waarin gehandicapten en mensen met een uitkering steeds meer in de marge terecht komen door opeenstapeling van bezuinigingen. Waar kunnen wij in zo'n wereld God nog vinden?

Maar misschien is het wel net als met het zoeken naar die foto, die maar niet boven water wil komen. Je zoekt het een, maar vindt het ander. Wij zoeken God, maar eigenlijk is het omgekeerd: hij zoekt ons. God is in deze wereld op zoek naar mensen, die in hun leven een beetje ruimte willen maken voor hem. Hij zoekt naar mensen die in hun doen en laten een beetje ruimte willen maken voor zijn niet aflatende liefde, voor zijn eindeloze trouw aan mensen op aarde.

Langs een omweg

En het mooie van de manier waarop God zoekt naar ons, is dat hij zoekt op een totaal andere manier dan wij zouden verwachten. Hij zoekt naar ons door de geboorte van een kind. Hij spreekt ons niet – vanuit zijn hoge, ontoegankelijke hemel – rechtstreeks aan. Hij spreekt ons aan langs een omweg: in de gedaante van een kind, dat geboren werd in de stal van Bethlehem, klein en kwetsbaar, fragiel en weerloos. Hij is geen God die mensen recruteert met zijn overmacht en donderende stem. Nee, hij zoekt mensen door hen uit te nodigen, behoedzaam, in het stille gefluister van een zachte bries, in de kwetsbaarheid van een kind. Hij nodigt mensen uit, nodigt u en mij uit door ons aan te spreken op onze zachte krachten, op ons vermogen tot liefhebben, op ons verlangen naar rechtvaardigheid en vrede.

En overal waar wij ruimte geven aan die zachte krachten, aan het verlangen naar gerechtigheid en vrede, daar wordt ook plaats gemaakt voor God. Daar kunnen wij leven in een wereld, zoals God die voor ogen staat, een wereld waar wij, mensen, ten diepste naar verlangen. Een wereld die niet beheerst wordt door de noodzaak om de ander te kleineren, of beheerst door het kloppend krijgen van de rekensommen die achter het bureau van de bezuinigingen gemaakt moeten worden. Een wereld die niet beheerst wordt door het achterna rennen van eigen, vaak veel te grote ego's, of beheerst  door rancune en kwaadsprekerij. Als wij ruimte geven aan de zachte krachten en aan ons vermogen tot liefhebben, dan kunnen wij leven in een wereld waarin mensen elkaar tot zegen zijn, waarin mensen elkaar groot maken en met respect bejegenen. Dan kunnen wij leven in een wereld waarin kinderen zorgeloos kunnen spelen en ouderen onbezorgd over straat kunnen gaan. Dan kunnen wij leven in een wereld waarin pesters tot inzicht komen en mensen met psychische problemen weten waar zij daadwerkelijk geholpen kunnen worden.

God zoekt ons

Als wij – zoals we hier bijeen zijn, u en ik – als wij toelaten dat God op zoek gaat naar ons, als wij ruimte maken voor wat God met ons voor ogen staat, en als wij dus laten zien hoe zijn liefde voor ons zichtbaar wordt in de liefde die wij elkaar verschuldigd zijn, dan is het kerstfeest, dan is de geboorte van zijn liefste kind niet voor niets geweest. Dan hoeven wij niet te blijven wachten tot God onze wereld en ons leven ten goede zal keren, dan kunnen wij het lef opbrengen om God daarbij een handje te helpen. Want het is onze keuze om ruimte te maken voor de zachte krachten, voor het vermogen tot liefhebben, voor ons verlangen naar rechtvaardigheid en vrede. Het is onze keuze. Zo kunnen we laten zien, dat God op zoek is naar ons.