zondag 17 augustus 2014

Om troost en kracht

Overweging bij de viering van Maria Tenhemelopneming

Lezingen: Openbaring 11,19a;12,1-6a.10ab; Lucas 1,39-56

Er zijn - in de 155 jaar sinds deze kerk van Maria Tenhemelopneming in Ovezande bestaat - heel wat kaarsjes aangestoken hier bij het beeld van de moeder van Jezus. Heel wat gebeden en gebedjes zijn uitgesproken in deze kerk. Heel wat mensen zijn naar hier gekomen om troost en kracht te zoeken. Heel wat liederen zijn hier gezongen om het vertrouwen van mensen uit te drukken in Maria. En ook nu, op het patroonsfeest van onze kerk, zijn we hier samen om te bidden en te zingen, om troost en kracht te zoeken. Want dat is toch, wat wij mensen vaak nodig hebben in ons leven.

Vertrouwen

Vaak gaat alles wel zijn gewone gangetje in ons leven. Vaak kunnen we de dingen op onze routine doen. Maar ieder van ons kent ook momenten of zelfs langere perioden in haar of zijn leven, waarop het niet meezit. Ziekte, tegenwerking, teleurstelling, het verlies van een dierbare, een verstoorde relatie, oneerlijk behandeld worden, geen werk, de armoede in onze wereld – het zijn dingen die we allemaal wel herkennen. Juist in zulke omstandigheden is het nodig, dat je ergens je kracht vandaan kan halen om overeind te blijven. Juist dan is het nodig om het perspectief te krijgen, dat nog niet alles verloren is. Juist dan is het nodig om te voelen, dat je vertrouwen kunt houden in de goede afloop van de dingen.


En daarom is het niet verwonderlijk, dat mensen die kracht en dat vertrouwen hebben gezocht bij Maria. Want Maria wordt in het evangelie volgens Lucas getekend als een vrouw met een sterk vertrouwen. Ook Maria immers overkomen dingen, die ze moeilijk kan plaatsen, dingen waar ze niet goed weg mee weet. Op een bijzondere manier, zo vertelt Lucas ons, zal zij moeder worden. Ze vraagt zich af, hoe zoiets mogelijk kan zijn. En toch groeit gaandeweg bij Maria het vertrouwen, dat ze zich maar het beste kan voegen naar Gods wegen. 'Mij geschiede naar uw woord,' zegt ze. Laat het maar gebeuren; ik heb er geen greep op, maar God zal er wel zijn bedoeling mee hebben. Dat vertrouwen, die overgave is kenmerkend voor Maria. En daarom zoeken mensen bij haar ook de kracht waardoor zij zelf zich kunnen voegen naar Gods wegen. In het gebed, in het aansteken van een kaarsje, in het zingen van een lied, in het stil zijn bij haar beeld proberen zij Maria na te zeggen: ik heb er geen greep op, maar God zal er wel zijn bedoeling mee hebben. En we vertrouwen erop dat Maria naar ons kan luisteren; het luisteren van Maria is op zichzelf al een licht voor wie zich aan haar durft toevertrouwen.

Verzetsliteratuur

En als wij zo de weg van Maria proberen te gaan, in overgave en vertrouwen, dan mogen wij misschien ook in ons hart de woorden zingen, die Maria uitjubelt in het Magnificat. Barmhartig is God voor wie zich aan hem willen overgeven. Trotsen van hart slaat hij uiteen, heersers ontneemt hij hun troon, maar hij verheft de geringen, de nederige en bescheiden mensen. Kortom, God neemt het op voor mensen die weinig hebben in te brengen, voor mensen die nergens worden meegeteld.

En daarmee is dit prachtige lied uit het Lucas-evangelie eigenlijk een stukje christelijke verzetsliteratuur. Zoals in de tweede wereldoorlog het Parool en andere ondergrondse kranten bedoeld waren om het verzet kracht te geven en te ondersteunen, zo is ook het Magnificat bedoel om kracht te geven en ondersteuning te bieden. Het geeft ons als gelovende mensen de kracht om ons niet neer te leggen bij het recht van de sterkste, want God wil de geringen juist verheffen en omhoog trekken. Het Magnificat geeft ons de inspiratie om geen genoegen te nemen met honger en armoede in onze wereld, want God wil ieder die hongert voeden en overladen met gaven. Het Magnificat geeft ons de moed om ons te verzetten tegen alles dat onvermijdelijk lijkt, maar waar Gods barmhartigheid nog mogelijkheden open laat die wij zelf niet hadden kunnen verzinnen.

Om troost en kracht

En ik denk, dat zoiets vaak ook ervaren is door de talloze mensen, die in deze kerk hebben gebeden en een kaarsje aangestoken: dat Gods barmhartigheid mogelijkheden opent, die wij zelf niet hadden kunnen bedenken. Waar het verdriet ons teveel wordt, stuurt God mensen op onze weg die luisteren en er gewoon zijn. Waar herstel van relaties onmogelijk lijkt, stuurt God andere mensen op onze weg om onze zorg te delen. Waar de teleurstelling ons boven het hoofd groeit, mogen wij ons toevertrouwen aan Maria die Moeder van God maar ook mens met de mensen wil zijn. En waar het verlies van een dierbare ons ontroostbaar maakt, daar breekt na verloop van tijd (soms een lange en pijnlijke tijd) toch het besef door, dat wij verder mogen gaan met ons eigen leven.

En zo mogen wij hier samen zijn om te bidden en te zingen, om troost en kracht te zoeken en te vinden. Velen zijn  ons voorgegaan, en wij mogen hen navolgen. Want als wij ons vertrouwen durven stellen in Maria, die er wil zijn voor alle vrouwen en mannen, voor inschikkelijke en opstandige mensen, voor draaikonten en rebellen, voor armen en rijken – dan zullen wij ervaren, dat wij niet vergeefs onze troost en kracht bij haar hebben gezocht.