zondag 1 juni 2014

Samaritaan in spijkerbroek

Interview met Gerard Wassing
in de serie Graven naar geloof

Het moet zo'n zeven of acht jaar geleden zijn, dat Gerard Wassing tijdelijk krap bij kas kwam te zitten. Dat had te maken met verschillende instanties, die er samen niet uitkwamen om hem op tijd zijn uitkering te bezorgen. 'De budgetbeheerder van de gemeente,' vertelt Gerard, 'wees mij toen op de pakketten van de Voedselbank in Goes. Zo kon ik het gebrek aan inkomsten overbruggen. Daar heb ik slechts twee keer gebruik van gemaakt. Maar ik raakte wel erg onder de indruk van het werk en de inzet van de Voedselbank. Ik was voordien al betrokken bij het werk van de Ruilwinkel. Daardoor kende ik Agnes Rieswijk, die voorheen bij “de Helpende Hand” hielp. De Voedselbank is eigenlijk de opvolger van de Helpende Hand. Via Agnes ben ik ook betrokken geraakt bij de Voedselbank.'




Gevraagd

Dat was in 2008. Gerard bood aan om een website te ontwerpen voor de Voedselbank. Door zijn kennis van computers werd hij ook gevraagd om het klantenbestand digitaal op te zetten. 'En van het een kwam het ander,' gaat Gerard verder. 'Het oude pand aan de Abel Tasmanstraat moest nodig worden schoongemaakt. En hulp bij het vullen en uitdelen van de pakketten was ook welkom. Toen Agnes in 2010 overleed, heb ik acuut de coƶrdinatie overgenomen naar de wens van Agnes. De dag na haar overlijden moesten immers pakketten worden ingepakt, dat kon niet blijven liggen. Sinds 2006 is  Voedselbank  De Bevelanden aangesloten bij de overkoepelende Nederlandse vereniging, die richtlijnen heeft vastgesteld voor de werkwijze en de opzet van Voedselbanken.

'Het oude pand werd,' aldus Gerard, 'door een groeiend klantenbestand geheel ontoereikend. In 2010 hebben we een nieuwjaarsreceptie gehouden, waar ook de gemeente en de woningcorporatie RWS voor waren uitgenodigd. Men zag duidelijk, dat het pand veel te klein was voor de beoogde activiteiten. Er is naar een oplossing gezocht. En in 2011 hebben we het nieuwe onderkomen aan de Evertsenstraat kunnen betrekken.'

Geraakt

Ik ben natuurlijk erg benieuwd naar de motivatie van Gerard om voor de Voedselbank in touw te zijn, zo'n 60 uur per week, met behoud van uitkering. 'Het zat er al vroeg in,' verduidelijkt Gerard. 'Van thuis heb ik de sociale inzet wel meegekregen. Allerlei acties voor Suriname, voor waterputten in Afrika en natuurlijk de Kinderpostzegels – overal werd aan meegedaan. Als kind heb ik er wel over gefantaseerd, of ik zendeling zou kunnen worden in Afrika. En als ik nu de verhalen onder ogen krijg, die bij de intake voor de Voedselbank verteld worden, dan raakt het mij vooral als mensen – en dan met name kinderen – buiten hun schuld in een kwetsbare positie terecht zijn gekomen. Juist zulke verhalen zetten mij ertoe aan om actie te ondernemen. Zeker, er zijn mensen die proberen een slaatje te slaan uit het aanbod van de Voedselbank. Maar bij de meesten is het serieus een ellendige toestand. Het is mij te gemakkelijk om het af te doen met “eigen schuld”. Je moet de sores van een ander wel ernstig nemen.'

Gerard geeft desgevraagd aan, dat hij niet kerkelijk praktiserend is, maar zichzelf wel als een gelovig mens beschouwt. Juist dit geloof helpt hem ook om zijn motivatie op peil ten houden, als het werk voor de Voedselbank op bepaalde momenten wel eens frustreert. 'Want soms heb je met vrijwilligers te maken, van wie de motivatie om dit werk te doen niet helemaal zuiver is. Of je merkt, dat anderen in naam van de Voedselbank producten inzamelen, die eigenlijk voor ons bestemd zijn. Juist op zulke momenten probeer ik dan altijd maar te denken aan de mensen voor wie ik dit werk eigenlijk doe. Dat zijn in wezen toch de kinderen en de kwetsbare mensen, die zelf niet in staat zijn om hun problemen zonder hulp op te lossen.'

Samaritaan in spijkerbroek

Doen dus wat gedaan moet worden, ook – of misschien wel juist – als het niet vanzelfsprekend is. Gerard bevestigt dat: 'Er is een tijd geweest, dat ik het beschamend vond om te bedelen, zodat er voldoende aanbod kon zijn voor de Voedselbank. Gaandeweg ging ik mij realiseren, dat ik niet voor mezelf, maar voor anderen schooide. En dan is het hartverwarmend, als er vervolgens weer andere mensen zijn die dat initiatief overnemen, op hun eigen manier. Zoals de medewerking van sponsors voor een uitje met de kinderen naar de Efteling of naar Drievliet.'


Jezelf laten raken door de ellendige situatie van mensen, die niet meer zelfstandig hun problemen aankunnen, en dan vervolgens actie ondernemen: dat komt wel heel dicht in de buurt van het bijbelverhaal van de barmhartige Samaritaan. Gerard zal zelf die vergelijking misschien niet zou gauw maken, maar ik durf hem wel aan. Een goede Samaritaan, maar dan in spijkerbroek.